Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

De dorpsprediker van Oppenhuizen in 1614

In 1614 overleed de tachtig jarige predikant Henricus Ludolphi. Met zijn dood kwam de gemeente van het Friese dorp Oppenhuizen, samen met het nabijgelegen Uitwellingerga, zonder predikant te zitten.

Volgens de regels van de gereformeerde kerk moest de gemeente zo spoedig mogelijk een nieuwe predikant aanstellen.

In Oppenhuizen bleek namelijk al iemand het werk van de overleden predikant te hebben overgenomen: de schoolmeester en koster van het dorp, Gerrit Jansen. Hij was geen theoloog en had geen opleiding tot predikant gevolgd, maar toch begon hij vanuit zijn huis in de gemeente te preken.

Binnen de gereformeerde kerk mochten alleen mannen die theologisch waren opgeleid en door de kerk officieel waren onderzocht en toegelaten tot het ambt op de preekstoel staan. Gerrit Jansen voldeed aan geen van deze voorwaarden.

De inwoners van Oppenhuizen zagen het probleem echter niet zo. Volgens hen preekte de schoolmeester uitstekend. Een nieuwe predikant was in de tijd van de reformatie ook moeilijk te vinden. Voor de inwoners van Oppenhuizen leek het belangrijker dat iemand het Woord kon uitleggen dan dat hij over de vereiste kerkelijke papieren beschikte. Daardoor bleef Gerrit Jansen voorlopig gewoon voorgaan.

De zaak werd uiteindelijk besproken op de Friese synode die in 1614 in Sneek bijeenkwam. Gerrit Jansen en de gemeente van Oppenhuizen hadden zelf om een uitspraak gevraagd.

De synode besloot dat Gerrit Jansen moest stoppen met prediken. Gerrit Jansen legde zich daar bij neer. Hij beperkte zich voortaan weer tot het geven van onderwijs aan kinderen.

Oppenhuizen kreeg pas in 1619, vijf jaar na het overlijden van Ludolphi, opnieuw een officiƫle predikant.

1580: De laatste pastoor van Oppenhuizen moet weg

1568 tot 1648: De 80 jarige oorlog in Oppenhuizen

Bron o.a.: O. Santema "Ta de Skiednis fan Toppenhuzen en Twellegea (1939)"