Eind 1582 veroverden de Spanjaarden Steenwijk. Spaanse troepen onder leiding van Francisco Verdugo trokken op naar het noorden. Het platteland van Friesland en de Stellingwerven hadden zwaar te lijden onder strooptochten van zowel Spaanse troepen als de geuzen.
Rond Sneek waren weinig wegen en het vervoer ging uitsluitend over het water. Dorpen als Oppenhuizen en Uitwellingerga lagen dus relatief veilig en zijn in de 80 jarige oorlog nooit aangevallen.
Op 26 en 27 augustus 1583 ontstond in Sneek grote onrust. In de verte zag men rook boven het land ten noordoosten van de stad. In een periode waarin men voortdurend rekening hield met invallen van vijandelijke troepen, leidde dat onmiddellijk tot verontrustende geruchten.
Al snel ging het verhaal rond dat het dorp Oppenhuizen (het latere Toppenhuizen) door de Spanjaarden was platgebrand. Dat bericht verspreidde zich snel, maar berustte op een misverstand.
Volgens een brief van de garnizoensbevelhebber Grovestins in Sneek was er sprake van een beperkte, snelle actie van drie vijandelijke roeiboten. Deze vaartuigen voeren over de rivier de Boarn. Elke boot had zes paar roeispanen, wat neerkomt op twaalf roeiers per schip. Met een stuurman en enkele gewapende mannen erbij zal de totale bemanning ongeveer veertig man hebben bedragen. Het ging dus niet om zware oorlogsschepen, maar om kleine, snel inzetbare roeivaartuigen.
Tijdens hun tocht staken deze mannen in de nacht twee huizen in brand in Raerderhem, het huidige Raerd. Volgens Grovestins gebeurde dit omdat een boer zich niet wilde overgeven. De brand veroorzaakte de rook die vanuit Sneek zichtbaar was. De klokken werden geluid om alarm te slaan, en soldaten uit Poppenwier trokken samen met enkele boeren naar de plaats van de brand. Toen zij arriveerden, was de vijand echter al vertrokken.
De drie boten zetten hun tocht voort richting Jirnsum. Geografisch gezien voeren zij via de Boarn noordwaarts. Daarbij kwamen zij niet langs Oppenhuizen. Dat dorp ligt zuidwestelijker, bij het merengebied rond de Brekken, en maakt geen deel uit van de directe vaarroute tussen de Boarn en Jirnsum.
De verwarring in Sneek is goed verklaarbaar. Men zag rook, wist dat er vijandelijke schepen in de omgeving waren en kende niet precies de locatie van de brand. In de gespannen oorlogsomstandigheden werd het bericht al snel veralgemeend tot: “een dorp bij de Brekken staat in brand”. In de mondelinge overlevering werd dat vervolgens concreet gemaakt als Oppenhuizen. Latere kroniekschrijvers hebben dit gerucht mogelijk overgenomen en vergroot.
De meest betrouwbare eigentijdse bron wijst echter op een beperkte nachtelijke brandstichting in Raerderhem, gevolgd door een snelle aftocht richting Jirnsum. Van een verwoesting van Oppenhuizen is in de directe verslaglegging geen sprake.
Sneek en de dorpen bij het Sneekermeer
1580: De beeldenstorm van Oppenhuizen
1614: De predikende schoolmeester van Oppenhuizen
Na 1700: De schoolmeesters van Oppenhuizen en Uitwellingerga