Leeuwarder Courant 20-7-1898
Een paar regenbuien voor en na zorgden gisteren soms voor wat minder drukte op straat, maar al snel was het weer even vol en levendig als daarvoor.
In de Prinsentuin waren zoals gewoonlijk duizenden mensen samengekomen om naar het vuurwerk te kijken. Het programma bestond uit verschillende onderdelen, met onder meer Bengaalse verlichting rond de vijver, draaiende vuurwerken, fonteinen van licht, gekleurde vuurregens, verlichte bomen, wielen, vuurkogels en een bijzonder slotstuk met een bewegende mechanische olifant tussen Chinese palmbomen.
Het vuurwerk was opnieuw prachtig om te zien. Vooral de verschillende verlichtingen maakten veel indruk. Het slotnummer was helemaal nieuw. De olifant bewoog op en neer en liet zijn slurf naar links en rechts zwaaien, net als een echte olifant. Dat zorgde voor veel verbazing en plezier. Veel mensen spraken vol bewondering over de vakbekwaamheid van vuurwerkmaker J. N. Schuurmans.
De feestelijke sfeer werd nog versterkt door het stedelijk muziekkorps, dat vanaf negen uur speelde. De heer De Jong had weer voor een levendig programma gezorgd. Ook de volksliederen ontbraken niet, wat het publiek zichtbaar enthousiast maakte.
In de schouwburg werd het toneelstuk Mejonkvrouw de la Seiglière opgevoerd door het Rotterdamse toneelgezelschap van Le Gras en Haspels. De zaal was redelijk goed gevuld, al vond de krant dat het stuk en de spelers eigenlijk nog meer publiek hadden verdiend.
Vooral de optredens van Alida Klein en mevrouw Van Eysden-Vink werden geprezen. Laatstgenoemde speelde de rol van mevrouw De Vaubert in plaats van mevrouw Beersmans, die door ziekte verhinderd was. Ook de heren D. Haspels, Alex Paassen, Tartaud, Van Eijsden en Van Kerkhoven kregen lof.
De krant geeft daarbij graag een wens van enkele inwoners door aan de directie: zij hopen dat dit bijzondere stuk nog een tweede keer wordt opgevoerd, omdat zij er gisterenavond niet bij konden zijn.
De directie van De Harmonie had volgens de krant een gelukkige keuze gemaakt door voor de openingsvoorstelling van de Nederlandse Toneelvereniging het blijspel Jan Ongeluk te programmeren. Dit geestige successtuk van de Duitse schrijvers Blumenthal en Kadelburg was in de afgelopen winter ook al in de schouwburg te zien geweest.
Ook deze keer was de indruk weer zeer gunstig. Het talrijke publiek vermaakte zich zichtbaar uitstekend en de stemming werd gedurende de avond steeds uitbundiger. De grote uitblinker van de avond was opnieuw de heer Ternooy Apèl in de hoofdrol.
Het nastukje Alles voor de dames!, dat hier ook al uit de vorige winter bekend was, werd eveneens keurig gespeeld.
In zaal Visser vond de eerste voorstelling plaats van het operette- en specialiteitengezelschap van Hubertus Kievits uit Rotterdam. Er werd veel goeds en afwisselends gebracht. Volgens de krant is men dat van gezelschappen van Kievits al jaren gewend. Hijzelf had een groot aandeel in het succes. Het gezelschap, dat over veel talent beschikt, deed er alles aan om het publiek een hele avond en een deel van de nacht aangenaam bezig te houden. De krant beveelt het gezelschap dan ook van harte aan.
Dat geldt volgens de krant ook voor het gezelschap van H. van Os uit Rotterdam, dat optrad in Amicitia. De Hollandse komiek N. de Haas kreeg de aanwezigen herhaaldelijk aan het lachen. Ook de andere leden van het gezelschap deden hun best om het publiek, vooral met muziek en zang, voortdurend te vermaken. De eerste avond was meteen een succes en de krant verwacht dat dit de rest van de kermis zo zal blijven.
Ook de specialiteitengezelschappen in Hotel Centraal en in café Plantage van de heer Beekman bezorgden hun bezoekers veel plezier.
Herinneringen aan Leeuwarden (1880-1890)
Zo leefden Leeuwarders in de 19de eeuw
De kermis van Wirdum in de 19de eeuw.
De kermis van Leeuwarden in 1898
Op dinsdag 19 juli is het de hele dag opvallend rustig in Leeuwarden, zowel op straat als in de verschillende zalen en tenten.
In de Schouwburg is nog het meeste publiek aanwezig. Daar wordt het geestige Franse blijspel Jaloersch opgevoerd. Dat stuk is in de afgelopen winter ook al in De Harmonie te zien geweest, toen door het gezelschap Het Nederlandsch Tooneel. De Rotterdamse toneelspelers doen daar nu niet voor onder. Vooral mevrouw Van Eysden-Vink en de heren Haspels en Brondgeest krijgen veel waardering. Volgens de schrijver komt elk stuk bij dit Rotterdamse gezelschap goed tot zijn recht.
Als kort voorstuk wordt Mijnheers verleden gespeeld. Ook dat gebeurt met de nodige vaart en levendigheid.
In De Harmonie staat opnieuw Papa Nitsche op het programma. Hoewel het als blijspel wordt aangekondigd, heeft het volgens de schrijver ook scènes die meer aan een serieus toneelstuk doen denken. Het stuk is in de afgelopen winter ook al in Leeuwarden te zien geweest, en opnieuw wordt het netjes gespeeld door de leden van de Nederlandse Toneelvereniging. Vooral de heren Van Kuyk en Van Westerhoven maken indruk. Van Kuyk laat opnieuw zien hoe sterk hij is in de hoofdrol.
Ook in zaal Visser en in Amicitia krijgen de voorstellingen weer veel bijval van het publiek.
De schrijver wijst daarnaast nog op een tent tegenover de Spaarbank, die hij eerder niet had genoemd. Daar is opnieuw één van de bekende Bambergen te zien. In de tent ziet men een fraai gevormd hoofd dat beweegt en spreekt. De stem klinkt beschaafd en aangenaam. Verder doet het hoofd onder invloed van suggestie nog meer bijzondere dingen, maar de schrijver wil daar niet te veel over verklappen. Wie wil weten wat er precies te zien is, moet zelf maar naar deze merkwaardige en onderhoudende voorstelling gaan kijken.
De bioscooptent van C. Riozzi, 1898 op het Wilhelminaplein in 1898. Strüppert, F.O. (fotograaf).
Een bioscooptent was een populaire kermisattractie waarin de allereerste films werden vertoond.
Op woensdag 20 juli begint de kermis duidelijk levendiger te worden. Bij de toneelvoorstellingen in de Schouwburg en in De Harmonie, maar ook in andere zalen, tenten en kramen, is ’s avonds weer vrij veel publiek aanwezig.
In de Schouwburg spelen de Vereenigde Rotterdamsche Tooneelisten het uit het Frans bewerkte blijspel De Controleur der Wagonlits. Het is een stuk vol komische scènes, waarbij zelfs de meest nuchtere toeschouwer had moeten lachen. Vooral Jan C. de Vos maakt veel indruk met zijn spel. Ook Brondgeest, D. Haspels, R. Faassen en de dames Van Kerkhoven-Jonkers en Faassen van Velzen dragen sterk bij aan het succes. Het publiek blijft de hele avond in een opgewekte stemming en roept de belangrijkste spelers herhaaldelijk terug. Na het tweede en derde bedrijf gebeurt dat zelfs twee keer.
Ook in De Harmonie heeft de Nederlandse Toneelvereniging veel succes met de opvoering van het uit het Duits vertaalde stuk Het Troetelkind. Ook daar is de sfeer bijzonder vrolijk. Er wordt ruim en hartelijk gelachen, en volgens de schrijver zal dit gezelschap het stuk nog wel lang op het repertoire houden. Vooral Ternooy Apèl weet met zijn vermakelijke spel en zijn veelbetekenende glimlachjes het publiek helemaal voor zich te winnen. Ook Van Westerhoven maakt veel indruk. Verder worden de dames Van der Horst en Ternooy Apèl, en de heren A. Faassen jr. en Smith geprezen om hun geestige rollen.
Het warme applaus en het herhaald terugroepen van de spelers laten duidelijk zien hoe tevreden het publiek is.
Ook de gezelschappen van Kievits in zaal Visser en van Van Os in Amicitia brengen opnieuw hun beste nummers. Hun succes blijft dan ook niet uit.
In het Nationaal Theater zijn alle rangen goed bezet. Het afwisselende programma valt zeer in de smaak. Vooral de pantomime waarmee de avond wordt afgesloten, maakt veel indruk. Volgens de schrijver blijkt daaruit hoeveel zorg en geld de directie besteedt om de voorstellingen zo aantrekkelijk mogelijk te maken.
In De Harmonie wordt gisteravond de klucht Max Havelaar, bewerkt door Henri van Loo, opgevoerd.
Er is opnieuw veel publiek aanwezig. De titel trekt waarschijnlijk ook de aandacht, al is het stuk volgens de journalist vooral bedoeld als een aardige klucht. De toespraak tot de hoofdpersoon, de smekebede van Aïda, de uitroep “help, de vorsten van Sâsia”, de rol van de heer L. Smith, en later de vertolking daarvan door de heer A. Faassen in het milieu van Droogstoppel, de figuur van Havelaar’s echtgenote, het Indische ambtenaarstype in de persoon van een resident, de regenscène, de wijze lessen van papa Droogstoppel en ten slotte de bekende uitspraak “het brak alles buitenling”, maken volgens de journalist veel indruk. Tijdens het spel klinkt voortdurend luid applaus, al vermoedt de journalist wel dat de opgewekte kermisstemming daarbij sterk meespeelt.
Ook in de Schouwburg is weer veel publiek aanwezig. Daar wordt de opéra-comique Het was te doen om het huisspel opgevoerd, met groteske rollen zoals een rijmtesmid. Het is een vrolijk en komisch stuk, vooral door de heren Willem van Zuylen en Brondgeest, die als schoenverkoper en als man van wie de vrouwen veel te veel kleding hebben, voor veel gelach zorgen. De journalist merkt op dat men zulke types in het dagelijks leven ook nog wel eens tegenkomt.
Als slotstuk wordt de pantomime Michel en Stradivarius opgevoerd. Daarin komt de hoofdpersoon in een muziekstudio terecht en moet hij de rol van vioolspeler overnemen, wat voor veel komische momenten zorgt. Vooral de scène met de hoofdvertolkers, de hond en de imitatie van een viool klinkt zeer komisch. Het publiek reageert daar uitbundig op.
Voor zondagavond staat in zaal Visser Madame Sans Gêne op het programma, met mevrouw Van Eysden-Vink in de titelrol.
Het is al lang geleden dat toneeldirecteur Weddelooper elk jaar met een tent naar de Leeuwarder kermis komt. Zijn repertoire bestaat alleen uit treurige en schokkende toneelstukken, zoals Julius van Sassen, Kabaal en liefde, De dood van Rolla of de Spanjaarden in Peru, Aballino de groote bandiet, Dertig jaren of het leven van een dobbelaar en Lazaro de veehoeder. Weddelooper kent zijn publiek. Wanneer hem eens wordt gevraagd waarom hij zulke droevige stukken laat spelen, antwoordt hij dat de Leeuwarders op de kermis willen huilen.
Intussen is de smaak van het kermispubliek veranderd. Vroeger wordt het toneel nog gezien als een leerschool voor de zeden. In de schouwburg hangt ooit een doek met de woorden dat hier Melpomene huilt en Thalia lacht, voor wie de ondeugd haat en de deugd liefheeft. Maar waar vroeger de muze van het treurspel wordt gevierd, krijgt nu de muze van het blijspel de overhand. Het publiek wil lachen, en liefst zoveel mogelijk. Hoe dwazer en onmogelijker de klucht, hoe beter.
De Vereenigde Rotterdamsche Tooneelisten onder leiding van Le Gras en Haspels en de Nederlandsche Tooneelvereeniging spelen daar vanaf het begin goed op in. Bijna iedere avond brengen zij geen grote kunstwerken, maar wel onderhoudende blijspelen en kluchten, vol handige intriges, geestige opmerkingen, plotselinge invallen, de nodige sentimentaliteit en verliefde harten, vooral in stukken uit het Duits, en natuurlijk ook schoonmoeders. De journalist vindt verder commentaar daarop overbodig. Beide gezelschappen krijgen opnieuw lof voor de uitstekende manier waarop zij zich sinds maandagavond van hun taak kwijten.
Eigenlijk is het volgens de journalist niet meer nodig om alle namen van acteurs en actrices te noemen. Het publiek kent hen inmiddels goed, want zij treden hier al jaren op, in zomer en winter. Toch maakt hij een uitzondering voor het tweetal dat die middag in De Harmonie optreedt, in een voorstelling waarbij geen enkele plaats onbezet blijft. Als Thomasvaer en Pieternel in De bruiloft van Kloris en Roosje treden de heer Van Westerhoven en mevrouw Van Offel-Kley op.
Het gaat ditmaal niet om een nieuwjaarswens, maar om een kermiswens. In hun voordracht komen allerlei actuele onderwerpen voorbij, zoals sport en slechte tijden, vrouwenarbeid en belastingen, de inhuldigingsfeesten, de droogmaking van de Zuiderzee, de politiek en nog veel meer. Daarna volgen verschillende plaatselijke grappen. Daarbij komen onder meer de braakliggende terreinen bij het Nieuwe Kanaal, de stinkende grachten, de dam in de Potmarge, de mierenplaag op het post- en telegraafkantoor, de verzakking van de Langepijp, de nationale tentoonstelling van 1896, de gemeenteraad, de politie en uiteindelijk ook de kermis zelf aan bod. Dat alles zeer in de smaak valt, blijkt uit het vaak oorverdovende applaus voor dit tweetal.
Het kleine paardenspel tegenover Amicitia en het Nationaal Theater voorzien beide ruim in de kermisbehoefte van de jeugd. In het Nationaal Theater hebben kinderen vooral veel plezier in Sneeuwwitje met de zeven dwergen. Ze genieten zichtbaar wanneer Sneeuwwitje telkens weer van dood levend wordt, uiteindelijk met de koning trouwt en de boze koningin haar verdiende straf krijgt. Ook de decors en kostuums dragen veel bij aan het succes.
In zaal Visser en in Amicitia wisselen avond aan avond zangstukken, komische voordrachten, gymnastische en atletische nummers elkaar af. In de ene zaal blinkt de heer H. Kievits uit, in de andere de heer N. de Haas. Het publiek vermaakt zich daar uitstekend mee.
De straatvoorstellingen zijn dit jaar volgens de journalist al niet beter dan in eerdere jaren. Iemand die van statistiek houdt, vertelt hem dat er meer dan vijftig van zulke optredens zijn, meestal van muzikale aard: zeventien orgels, veertien harmonica’s, vijf violen, één gitaar, vijf zangers, vier groepjes blazers, een paar doedelzakken en nog meer. De inwoners kunnen zelf wel beoordelen hoe vervelend en oorverdovend die muziek steeds meer wordt.
Een harmonica kan op een stille zomeravond best aardig klinken, maar nu niet. De violen klinken meestal vals, ook al is de techniek van sommige spelers nog niet eens slecht. Het piano-orgel, volgens de journalist nog het minst onaangename van allemaal, draait in korte tijd zijn hele repertoire af: het intermezzo uit Cavalleria Rusticana, gevolgd door O, conducteurtje, de mars uit Carmen en een stukje uit Donau-Wellen. In die stukken zitten volgens omstanders mooie snelle loopjes, net zo vlug als water dat door een goot stroomt.
De andere orgels hebben piepende fluiten en klinken als iemand die buiten adem is. Ze spelen flarden van allerlei muziekstukken door elkaar. Het ene moment hoort men de mars uit Tannhäuser, direct gevolgd door Colijn, een brave boerenzoon. Daarna komen stukjes uit Rigoletto, duetten uit Robert le diable, een aria uit I Montecchi e i Capuleti, een fragment uit Le Prophète dat plotseling overloopt in een verwant thema uit Les Huguenots, vervolgens een lied uit La Favorite en een mislukte passage uit Lucie. Van de cavatine uit De barbier, die vorig jaar nog voortdurend te horen is, blijft men dit keer gelukkig verschoond.
Er zijn ook allerlei combinaties, zoals een harmonica met een slim geconstrueerd ruginstrument dat tegelijk trom, bekkens en triangel laat klinken, of harmonica’s en viool samen met één of meer zangers en zangeressen.
Ook vrouwenarbeid is aanwezig. Twee jonge dames treden samen met een man op. De een bespeelt een euphonium, de ander een kleine tuba. Van de losse zangers vallen vooral een echtpaar op dat psalmen zingt en een Duitse straatzanger die meestal een tweede tenorpartij neemt. Misschien, zo merkt de journalist op, is hij ooit lid geweest van een zangvereniging. Verder zingt die man bijna alles alsof het staccato moet klinken.
Nieuwe populaire straatmuziek levert dit alles nauwelijks op. Wagner, Mascagni, Meyerbeer, Bizet, Rossini, Bellini, Donizetti, Verdi, Strauss, Waldteufel en Ivanovici klinken in broederlijke eensgezindheid uit orgels, violen en kelen door elkaar heen.
De journalist liet het verder aan de lezer over om zelf aan te vullen wat in dit korte overzicht nog ontbrak. Nog maar enkele dagen, en dan zou ook de overlast voorbij zijn, overlast die volgens hem soms nog erger was dan de hinder waartegen de hinderwet bescherming bood.
Op zaterdagavond is het overal erg druk, en gisteravond is het op het kermisterrein nog drukker.
In de Schouwburg wordt Madame Sans-Gêne opgevoerd, en in De Harmonie worden Jan Ongeluk en De bruiloft van Kloris en Roosje voor de tweede keer gespeeld. Bij beide voorstellingen blijft geen enkele plaats onbezet. De journalist merkt op dat men zelfs voor een zogenaamd “onverbeterlijke zaak” terugkomt.
Ook in zaal Visser, in Amicitia, in de tenten en kramen en in andere uitgaansgelegenheden die aan de kermisvreugde zijn gewijd, is het net zo druk. Overal zitten de mensen dicht op elkaar.
Op het kermisplein blijft de grote drukte ook nog lang aanhouden.
De beschrijving van het jaarlijkse feest in Leeuwarden is gedeeltelijk gebasseerd op een brief van de 16 jarige Richtje Driebergen uit Bolsward die het feest bezocht. Ook zijn artikelen uit 1898 in de Leeuwarder Courant gebruikt.
Herinneringen aan Leeuwarden (1880-1890)
Zo leefden Leeuwarders in de 19de eeuw
De kermis van Wirdum in de 19de eeuw.
De geschiedenis van Leeuwarden.
Misdaad en straf in de 19de eeuw.
Een advertentie voor de Leeuwarder Courant in 1898 over de kermis
De kermis van Leeuwarden in 1898
De kermis van Leeuwarden in 1898