Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

De kermis en het sociale leven in Wirdum in 1823
Gebaseerd op de notities van boer Hellema uit Wirdum in 1823

De kermis van Wirdum heeft al een lange geschiedenis. In 1667 werd zij afgeschaft. Wanneer de kermis daarna weer wordt ingevoerd, weet de boer Hellema niet precies. Wel meldt hij dat de municipaliteit van Leeuwarderadeel haar in 1795 opnieuw verbiedt. Volgens hem gebeurt dat in het belang van de inwoners, omdat de kermis hun vaak meer nadeel dan voordeel brengt.

Toch waren veel inwoners ontevreden over dat verbod. Door gemor en protest bereiken zij dat het bestuur na twee of drie jaar toestemming geeft om de kermis weer te vieren, zoals vroeger gebruikelijk is. De kermis vindt plaats op de eerste dinsdag na 12 augustus.

Een feestdag voor het hele dorp

Op de kermisdag ligt bijna al het gewone werk stil. Het is een feestdag. Iedereen ontvangt vrienden, kennissen of familieleden, die van heinde en verre naar Wirdum komen, te voet of met rijtuigen. Bijna alle huizen zitten vol gasten, ook de huizen van minder welgestelde mensen. Ieder slaat naar vermogen eten en drank in om zijn bezoekers goed te ontvangen.

In de dagen voor de kermis worden vaak meerdere varkens en schapen geslacht. Men zorgt voor genoeg vlees en spek voor alle gasten. Het vlees wordt na de voorbereiding naar de bakker gebracht, om in de oven gebraden te worden. Slagers doen in die dagen goede zaken. Ook de bakkers verdienen goed aan de grote hoeveelheid braadvlees die bij hen wordt afgeleverd. Verder verkopen de winkeliers veel nieuwe gele aardappelen, die in die tijd van het jaar vers en smakelijk zijn, naast andere levensmiddelen.

Intussen loopt het dorp vol met kinderen, vrolijk en netjes aangekleed, ieder naar het vermogen van zijn ouders. Ook verschijnen er kramen met allerlei koopwaar. De gasten maken eerst nog wat wandelingen, maar na het eten komt iedereen echt op de been en vult het dorp zich met een grote menigte inwoners en bezoekers door elkaar.

Harddraverij om een zilveren zweep

De kastelein laat op de kermis een harddraverij organiseren om een zilveren zweep. Daarvoor trekt men naar de Wijtgaarderdijk, even voorbij het schiphuis. Daar vindt de wedstrijd plaats met driejarige paarden. Bij mooi weer zitten de toeschouwers aan weerszijden van de dijk in het gras, terwijl anderen heen en weer lopen en naar de wedren kijken. Pas wanneer de zweep gewonnen is, keert men terug, meestal tussen vijf en zes uur.

Daarna gaat ieder weer naar zijn eigen gezelschap. Men drinkt thee, zet een koude maaltijd op tafel en sluit af met koffie. Gasten die van ver komen, vertrekken meestal op tijd, omdat de dagen in augustus al merkbaar korter worden.

De avond en nacht van de kermis

Na het avondwerk komen ook de boereknechten, meiden, zonen en dochters naar het dorp, soms in paren. Zij brengen de nacht vrolijk door in de herberg of in de tapperijen, begeleid door het schelle geluid van de viool. Veel inwoners blijven daardoor tot laat in de nacht op de been of zoeken elkaar op.

De vrouwen moeten intussen eerst het huishouden weer op orde brengen. Daarna maken zij zich alweer klaar voor de volgende dag, wanneer opnieuw gasten voor het theedrinken worden verwacht. De kastelein heeft namelijk bekendgemaakt dat er dan geringreden zal worden: een wedstrijd waarbij een man en een vrouw samen op één paard rijden.

Ook daarvoor komen weer liefhebbers uit de stad en van elders. Toch gaat dit vermaak volgens de schrijver vaak niet door, uit een prijzenswaardige schaamte van de meiden. De nacht daarna is dan opnieuw de geliefde tijd voor het plezier van de jonge paren in de herberg, net als de nacht ervoor.

De dagen erna en de nadelen van de kermis

Op de ochtend na de kermis komen de inwoners van de grote buren bijeen om de zaken van de haven te regelen. Zij nemen de rekening op en kiezen een nieuwe havenmeester. Daarmee brengen zij de hele voormiddag in de herberg door, onder het drinken van jenever en bier.

Ook op donderdag is het gewone werk nog niet goed hervat. Men is nog uit zijn doen en kan moeilijk weer aan het werk komen. Vaak duurt het tot in de volgende week voordat de kermis echt uit het hoofd is gezet. Vooral onder de minst gegoeden worden de gevolgen dan pas goed merkbaar. De huishouding heeft geleden, men heeft werkdagen gemist en meer geld uitgegeven dan men zich kan veroorloven. Daardoor ontstaan tekorten en zorgen. Dienstboden beklagen zich over het geld dat zij hebben verbrast, terwijl zij daar hard voor hebben gewerkt.

De schrijver, boer Hellema, vindt daarom dat vroegere grietmannen en besturen goede redenen hadden om de kermis te verbieden. Tegelijk merkt hij op dat de laatste kermis van 1823 veel soberder verloopt. Er is dan geen harddraverij en ook geen ander groot vermaak. Zelfs de kastelein klaagt dat hij de kosten niet meer kan dragen en dat de jongelui weinig hebben verteerd.

Kermissen buiten Wirdum

Behalve de Wirdumer kermis gaan boereknechten, meiden, zonen en dochters soms ook naar de kermissen van Bolsward, Bergum en Leeuwarden. Als zij een paard en chais kunnen krijgen en toestemming hebben van hun boer en boerin, trekken zij daarheen om zich te vermaken. Zulke uitstapjes nemen vaak ook nog een deel van de volgende nacht in beslag.

Toch doet lang niet iedereen daaraan mee. Vooral degenen die van plezier houden en niet al te zuinig zijn, gaan naar zulke kermissen. Anderen blijven juist thuis, omdat zij hun verdiende loon hard nodig hebben voor kleding en andere noodzakelijke zaken.

Sommige knechten en meiden die spaarzaam zijn, kunnen zich na enkele jaren dienst juist goed van kleding en sieraden voorzien. Daarom dragen de oppassendste boeremeiden soms gouden oorijzers in plaats van zilveren, en daarnaast nog andere sieraden die bij hun stand passen. Volgens boer Hellema komt het voor dat zulke meiden 70 tot 80 gulden verdienen, en soms zelfs 90 gulden. Daarbovenop sparen knechten en meiden soms nog een aardig bedrag, om later iets te kunnen beginnen wanneer zij trouwen.

Wintervermaak: schaatsen

Een ander vermaak waar de inwoners van Wirdum veel van houden, is schaatsrijden in de winter, zodra er goed ijs ligt. Jong en oud, arm en rijk, beweegt zich dan door elkaar heen op het ijs. De jongelui oefenen zich in hardrijden, en onder de Wirdumers zijn volgens de schrijver dan ook uitstekende schaatsers te vinden.

Vooral baanrijden is populair. Daarvoor worden geschikte plaatsen van sneeuw ontdaan en goed schoongeveegd. Gewone arbeiders die dat werk doen, krijgen van de schaatsers een kleine vergoeding. Vooral op zondagavond ziet men daar vaak een menigte mensen bijeen, zo groot dat zij nauwelijks te tellen is. Het lawaai van al die mensen en schaatsen samen moet indrukwekkend zijn.

Andere spelen, zoals kaatsen, kent men in Wirdum veel minder. Kaartspelen komt volgens de schrijver meer voor bij rooms-katholieken. Sommige mensen spelen dammen en soms ook kienen, maar ook dat gebeurt niet vaak.

Spaarzaamheid als vaste regel

Ondanks al het vermaak wordt in Wirdum volgens boer Hellema over het algemeen veel waarde gehecht aan zuinigheid. Zodra men ergens voedsel, kleding of andere benodigdheden goedkoper kan krijgen, maakt men daar meteen gebruik van. Men spaart waar mogelijk en ontziet zich geen moeite om voordelig in te kopen.

Markten en kermissen In Friesland rond 1800

Het leven op de boerderij in 1823.

De Friese markten in 1823.

Uitleg van oude woorden

  • Grietman: bestuurder van een grietenij, vergelijkbaar met een plattelandsbestuurder.
  • Eigen erfden: grondbezitters in het dorp of de streek.
  • Chais: een lichte tweewielige wagen voor personenvervoer.
  • Tappershuizen: huizen of kleine gelegenheden waar drank wordt geschonken.
  • Geringreden: een feestelijk rijspel of wedstrijd te paard.
  • Oorijzers: metalen hoofdversieringen die vrouwen dragen, vaak van zilver of goud.
  • Feintenvisite: bezoek of bijeenkomst van jonge mannen.
  • Meidenvisite: bezoek of bijeenkomst van jonge vrouwen.

Eten en drinken in Friesland

Deze informatie is gebaseerd op een beschrijving van het boerenleven van Doeke Wijgers Hellema(1766-1856) uit 1823: onderwijzer, belastingontvanger en later boer te Wirdum.

Het originele artikel van Doeke Hellema uit 1823

Friesland

De Friese steden

Het dagelijks leven in Friesland rond 1800

Kinderen in de Friese steden rond 1800

Kinderen op het Friese platteland

De dagindeling op het platteland

Kleding in Friesland rond 1800

Eten en drinken in Friesland

Bruiloften en begrafenissen

Markten en kermissen in Friesland

Eten en drinken in Friesland

Bijzondere gebruiken in Hindeloopen

Gezondheid en ziektes in 1800

Sneek aan het eind van de 18de eeuw.

Slapen in de 18de eeuw.

Buitenechtelijke zwangerschappen in de 19de eeuw

Misdaad en straf rond 1800.