In het begin van de 18de eeuw woonden er in Sneek tussen de 4000 en 5000 mensen.
De Gouden Eeuw was voorbij, de internationale handel liep terug, en de landbouwprijzen daalden. Veel mensen in Sneek leefden bescheiden of waren arm. De sociale verhoudingen waren echter stabiel, en er was armenzorg via kerkelijke instellingen en lokale armenkassen.
In de tweede helft van de 18e eeuw waren er in Sneek, net zoals in de rest van Friesland, periodes van economische neergang, vooral in de tweede helft van de eeuw.
Veel inwoners van Sneek hadden ook aan in het begin van de achttiende eeuw bij hun huizen moestuintjes. Verder werd voedsel nog vanaf het platteland over het water aangevoerd en op de markten verhandeld.
Tegen het einde van de 18e eeuw raakte de Friese landbouw in de problemen. Er was sprake van: dalende landbouwprijzen, meer schulden bij boeren en slechte oogsten in sommige jaren. Veel kleine boeren en pachters in Friesland konden het hoofd niet meer boven water houden en moesten hun bedrijf opgeven.
De landbouwcrisis en protest in de 18de eeuw.
Veel boeren en landarbeiders trokken aan het eind van de eeuw naar steden zoals Sneek, Leeuwarden en Bolsward, op zoek naar werk of bestaanszekerheid. In Sneek leidde dit tot een toename van inwoning (meerdere gezinnen in één huis), overvolle steegjes en armoedige woonomstandigheden in de achterbuurten. Dit werd in de negentiende eeuw alleen maar erger.
De omgeving van de Broerekerk (Kleine Kerk) 1780
Naar een gravure uit 1780. Met AI bewerkt. Origineel
In Sneek was nog geen waterleiding en voor drinkwater werd voornamelijk regenwater gebruikt dat vanaf de daken werd opgevangen in grote regenbakken of regenputten. Arme gezinnen waren vaker aangewezen op open tonnen of gemeenschappelijke putten, waar de kwaliteit van het water snel achteruitging.
Water uit de grachten werd ook nog wel gebruikt om te koken en te wassen. Het water was echter erg vervuld doordat afval, mest, slachtafval en rioolwater er rechtstreeks in terechtkwamen. In de zomer stonken grachten dan ook sterk en vormden besmettingshaarden.
Besmettelijke ziekten zoals tyfus, dysenterie en cholera (de laatste vooral in de 19e eeuw) verspreidden zich gemakkelijk via vervuild water.
Epidemieën zoals pokken en tyfus kwamen ook in de 18de eeuw regelmatig voor en eisten veel levens, vooral onder kinderen en armen. De gezondheidszorg was primitief. Er waren wel enkele chirurgijns en vroedvrouwen in Sneek, maar hun kennis was beperkt. Zieken werden meestal thuis verzorgd.
De meeste inwoners van Sneek waren gereformeerd maar in de stad woonden ook katholieken, doopsgezinden en joden.
Sneek lag in een agrarisch gebied. De producten uit de omgeving, zoals boter, melk, vlees en graan werden op de markten van Sneek verhandeld. De goederen werden vanuit de dorpen met schepen de stad ingevaren, op de kades gelost en naar de markten en winkels gebracht.
In de achttiende eeuw waren er in Friesland tussen steden maar weinig verharde wegen. Vervoer over het water was het meest comfortabel. Dat gold helemaal voor het waterrijke Zuid-West Friesland.
In de achttiende eeuw gebeurde het meeste vervoer over water. Dat ging met trekschuiten of beurtschepen. Snel ging dat niet. Een trekschuit had maar een snelheid van 7 km per uur.
Als de vaarroute niet geschikt was voor een trekschuit kon men op een beurtschip meevaren. Deze zeilende schepen vervoerden zowel passagiers en vracht.
De winter van 1793 was een zeer koude winter. Zelfs het zoute water van de Zuiderzee was bevroren. De kou was natuurlijk vervelend als je zonder centrale verwarming in een tochtig huis woonde maar het dichtvriezen van de sloten en de meren was handig als je familie en vrienden in een ander dorp wilde bezoeken. Op de schaats was je er drie keer zo snel als met de trekschuit.
Een trekschuit
Aan het eind van de 17de eeuw werden er vaarten aangelegd. In 1661 werd de Zwette of Leeuwardertrekvaart aangelegd. Sneek was nu vanaf zes richtingen over water bereikbaar.
Aan het eind van de 18de eeuw ontstonden er twee kampen. De burgerij wilde meer vrijheden en ze wilden een einde aan de corruptie en vriendjespolitiek van de oranjegezinde machthebbers. In Sneek kregen deze Patriotten het recht op een eigen burgermilitie. Iedere woensdag oefenden ze met wapens. Alles voor de idealen van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. De meeste arbeiders en boeren steunden overigens Oranje.
In 1795 nam Napoleon het bestuur van de stad over. Wat de bevolking van het Frans bestuur merkte was o.a.
De dorpen rond Sneek
De drie tekeningen hieronder zijn naar een kopergravure van Karel Fredrik Bendorp en Jan Bulthuis uit 1793. Met AI bewerkt.
Het Waagplein in Sneek rond 1793
De Waag in Sneek stond op het Waagplein op de hoek van de Marktstraat. Onder de luifel werd vooral kaas en boter verhandeld.
Boven waren kamers van de schutterij en het leger, vandaar de manen in uniform.
Het Waagplein in Sneek rond 1793
Aan het eind van de 18de eeuw kwamen de soldaten van Napoleon naar Nederland. Dus ook in Sneek.
Er was geen elektrisch licht in de stad maar je kon wel een lantaarn of fakkel meenemen als je in de nacht toch de straat op moest.
Sneek met huisnummers en straten
(zeer groot bestand)
Kinderen in de Friese steden rond 1800
Kinderen op het Friese platteland
De dagindeling op het platteland
Kleding in Friesland rond 1800
Markten en kermissen in Friesland
Sneek aan het eind van de 18de eeuw.
Leven in Sneek in de 15de eeuw.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
Leven in Sneek in de 17de eeuw.
Leven in Sneek in de 19de eeuw.