Rond 1825 woonden er in Sneek ongeveer 1000 gezinnen, in totaal ruim 6000 inwoners.
Onderwijs was niet verplicht en veel kinderen van arbeiders werkten en leerden niet lezen en schrijven. In 1815 werd er op de Koemarkt een armenschool geopend. Hier was het onderwijs gratis. Het was een grote school met veel kinderen. Kinderen van rijkere ouders konden naar de Stads Burgerschool. Deze school stond naast de Kleine- of Broerekerk.
De stad was omringt door een gracht en stadswallen. De grenzen van groei binnen de grachten was bereikt. Rond 1860 was de stad overbevolkt. De woonomstandigheden van arbeiders en dagloners waren erbarmelijk. Er was weinig ruimte om te wonen. Meerdere gezinnen woonden samen in een huis. Men begon nu ook buiten de stadswallen te bouwen. Ook deze woningen waren niet echt comfortabel.
Vooral in de winter was het voor veel gezinnen moeilijk om rond te komen. De stad deelde in het winterseizoen soep uit aan degenen die dat nodig hadden. De hoeveelheid soep werd naar verhouding verdeeld, afhankelijk van de grootte van de gezinnen.
In 1693 besloot het stadsbestuur om de straten van de stad in de donkere avonden, vooral in de winter, te verlichten met lantaarns. In de loop der jaren is de stadsverlichting verbeterd.>
Rond 1825 waren er op drukbezochte plaatsen en bij bruggen lantaarns geplaatst. De lantaarns bij de bruggen gaven meer licht dan de gewone lantaarns. Verder zijn de lantaarns op regelmatige afstanden langs de waterkant geplaatst, zoals op het Klein- of Grootzand, het Hoogend en daarbuiten, de Singel, Achterom, de Pol en Leeuwenburg, meestal op stenen palen.
De overige lantaarns stonden in 1825 in de binnenstraten, op plekken waar ze het meeste nut zouden hebben.
Bron: "Geschiedkundige kronijk en beschrijving van de stad Sneek(1826)–Eelco Napjus".
Vanuit het boerenland rond de stad werden agrarische producten de stad ingevaren om op de markten verhandeld te worden. De welvaart van Sneek is mede te danken aan de handel in boter en kaas. Rond 1825 waren naast handel ook de industrieën die voor werkgelegenheid zorgden.
In 1825 waren in Sneek en omgeving 15 molens, waaronder:
Daarnaast zijn er diverse fabrieken en werkplaatsen die veel werkgelegenheid bieden, zoals:
Tijdens en vlak na de Franse overheersing tussen 1795 en 1813 was er ook in Sneek een sterke economische achteruitgang.
In de Franse tijd, in 1811, moest iedereen een achternaam kiezen en dat registreren. Meestal koos het oudste lid van de familie een naam en alle kinderen lieten zich met dezelfde naam registreren. Veel gekozen namen waren die van beroepen, naar plaats van afkomst en de voornaam van de vader (patroniem).
In 1811 kreeg Sneek onder Frans bestuur een eigen rechtbank.
Er was een hoge werkeloosheid en uitkeringen bestonden niet.
In 1813 kwam er een eind aan het Frans bestuur. Op 6 oktober was er het grote bevrijdingsfeest.
Gebeurtenissen in Sneek tussen 1800 en 1825.
In de nacht van 3 op 4 februari 1825 braken de dijken van de Zuiderzee en de Zuidwesthoek van Friesland overstroomde met zout zeewater. Het water kwam tot het centrum van de binnenstad van Sneek. Het omliggende land van Sneek bleef overstroomd tot april. Door het zoute zeewater werd land voor jaren onbruikbaar, vee stierf en boeren moesten noodgedwongen hun land opgeven en naar de stad trekken voor werk.
Een jaar later lag het gras op het land rond Sneek te rotten en de putten en wellen waren onbruikbaar. Er was dus slecht drinkwater. Er heerste ziekte. Ook in Sneek. Welke ziekte het was is onbekend maar waarschijnlijk was het malaria of tyfus. Meer dan 500 inwoners van Sneek, dus 10% van de bevolking, stierf.
De grote overstroming bij Sneek in 1825.
In het waterrijke Zuid-West Friesland was tot en met de 18de eeuw vervoer op het water de handigste manier van transport. Reizen met de trekschuit of op een beurtschip was normaal.
De havens, beurtschepen en trekschuiten van Sneek.
Tussen 1840 en 1850 werden de grote verharde wegen aangelegd. Zo kwam er een weg naar Leeuwarden, naar Lemmer en naar Bolsward aangelegd. Het vervoer over land nam toe. In 1883 kwam er een spoorlijn naar Leeuwarden. Vervoer van goederen en mensen werd nog gemakkelijker.
Ook tussen Sneek en de omliggende dorpen kwamen wegen. Tot dan gebeurde het vervoer ook hier vooral over het water. In 1865 kwam er een weg tussen Sneek en het dorp Oppenhuizen.
Aan het eind van de negentiende eeuw kwamen de treinen en trams in Sneek.
De schepen werden gelost op de kades van o.a. Grootzand en Kleinzand.
De stad was rond 1830 verdeeld in ongeveer 10 wijken. Hieronder vind je enkele herkenbare straten.
Kleinzand: Hier woonden tussen 1780 en 1850 veel rijke kooplieden. Veel woonhuizen stammen uit deze periode.
Singel: Dit was ooit een gracht rond de stad. De gracht is gedempt. Het begin van de Singel heette vroeger Wortelmarkt.
Grootzand: De gracht liep aanvankelijk van het Hoogend tot de Neltjeszijl in de Hemdijk, en later tot het Schaapmarktplein. Het water was vroeger veel breder. Ook skûtsjes en brede schepen konden hier in de binnenstad aanleggen. Op de kade was een warenmarkt.
De 10 wijken van Sneek rond 1830.
Sneek en de dorpen bij het Sneekermeer
Sneek met huisnummers en straten
(zeer groot bestand)
Door de trek naar de stad aan het eind van de achttiende eeuw was er weinig woonruimte in de stad. Arbeiders woonden vaak met hele hele gezin in één kamer.
Tot 1813 waren de soldaten van Napoleon ook in Sneek.
Een fragment uit een gravure uit 1860. Met AI bewerkt. Orgineel
Bij de Waterpoort in 1860
Kinderen in de Friese steden rond 1800
Kleding in Friesland rond 1800
Markten en kermissen in Friesland
Sneek aan het eind van de 18de eeuw.
Het leven op de boerderij in 1823.
Leven in Sneek in de 15de eeuw.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
Leven in Sneek in de 17de eeuw.
Leven in Sneek in de 18de eeuw.
Gebeurtenissen in Sneek tussen 1800 en 1825.
Vanaf de kade in de haven van Sneek brachten sjouwers de zware lading van de schepen naar de winkels en pakhuizen.
Bronnen: