Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

Voeding rond 1800

Rond 1800 aten de inwoners van Friesland vooral eenvoudig en stevig voedsel. Op het platteland bestond het dagelijkse eten vooral uit producten die men zelf kon verbouwen of bewaren. Veel gebruikte voedingsmiddelen waren erwten, paardenbonen, aardappelen, boekweit en gort. Tarwemeel werd minder vaak gebruikt.

Van boekweit- of gortmeel maakte men verschillende gerechten. Een bekend gerecht was potstro. Dit was een pap van meel en melk die men lang roerde totdat een stevige massa ontstond. Deze pap werd gegeten met een saus van melk en boter, of met vet dat soms met stroop werd gemengd wanneer men zich dat kon veroorloven.

In de zomer aten mensen veel grote of Romeinse bonen. Ook groenten zoals wortelen, knollen en kool werden gegeten, maar in kleinere hoeveelheden.

Het gewone brood in Friesland was roggebrood. Daarnaast werd ook tarwebrood gegeten dat met zemelen werd gebakken. Dit brood stond bekend als een grofweienbolle. Soms werd brood in stukken gesneden, in kokende melk geweekt en daarna gegeten met een saus van melk en boter. Veel boeren aten dit gerecht op zondag.

Bij boeren met iets meer geld werd soms tarwebrood met krenten gegeten. Dit werd gezien als een bijzondere traktatie en niet als dagelijks voedsel.

In de herfst slachtte een boer meestal genoeg vee om een heel jaar van te eten. Een deel van het vlees en spek werd gezouten en in pekel bewaard. Een ander deel werd eerst sterk gezouten en daarna in de schoorsteen gehangen om te roken. Het gezouten vlees werd vooral in de winter gegeten en het gerookte vlees in de zomer.

Naast andere gerechten aten veel mensen twee keer per dag pap of brij van gort met karnemelk.

Bij feesten gaven welgestelde boeren uitgebreider eten. Dan waren er bijvoorbeeld wijn, pruimen, zoete appels, gebraden kalfsvlees en schapenvlees. Ook werd vaak een dikke koek van tarwemeel met krenten gegeten, die bekend stond als boffert.

Dagloners met een groot gezin hadden meestal eenvoudiger voedsel. Zij aten vooral roggebrood en aardappelen. Het brood werd gegeten met een beetje boter of een stuk kaas. Aardappelen werden meestal gegeten met zout en mosterd en maar zelden met vet.

Peins

Bij het dorp Peins

De meest gewone dranken waren koffie en thee, die meestal vrij slap werden gedronken. Bij meer welgestelde boeren was de thee vaak van goede kwaliteit, vergelijkbaar met die van burgers in de steden. Koffie werd vaak gemengd met cichorei. Door de hoge prijs van koffie gebruikte men soms ook een vervangende drank van gebrande rogge en gerst gemengd met cichorei. Koffie en thee dronk men vaak meerdere keren per dag.

Buiten koffie en thee was karnemelk een veel gedronken drank.

Bij zwaar werk gaf een boer soms jenever aan zijn arbeiders. Wijn werd weinig gedronken, zelfs niet door meer welgestelde mensen. In de herbergen dronk men vooral jenever of bier en rookte men een pijp.

In welgestelde gezinnen leek het eten op dat in andere delen van Nederland. De gerechten en de manier van koken lagen ongeveer tussen de Franse en de Engelse keuken. Buiten feestelijke maaltijden bestond een maaltijd meestal uit een klein aantal gerechten.

boerenkar 1800

Deze informatie komt o.a. uit het rapport van de prefect van Friesland Johan Gijsbert baron Verstolk uit 1813. Dit was in de Franse tijd. Zie Friesland in 1813, in het 10e deel van het tijdschrift des Genootschaps, de Vrije Fries, 1863, blz. 219, 245, 270, 318

Friesland

De Friese steden

Het dagelijks leven in Friesland rond 1800

Kinderen in de Friese steden rond 1800

Kinderen op het Friese platteland

De dagindeling op het platteland

Kleding in Friesland rond 1800

Eten en drinken in Friesland

Bruiloften en begrafenissen

Markten en kermissen in Friesland

Gezondheid en ziektes in 1800

Sneek aan het eind van de 18de eeuw.

Slapen in de 18de eeuw.

Buitenechtelijke zwangerschappen in de 19de eeuw

Misdaad en straf rond 1800.