Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

Buitenechtelijke zwangerschappen in de 19de eeuw bij arbeiders en dagloners.

In de 19de eeuw kwamen zwangerschappen voor het huwelijk in Friese steden en andere Nederlandse plaatsen relatief vaak voor onder arbeiders en dagloners. Dat had meestal niet te maken met losbandigheid, maar met armoede, onzeker werk en het uitstellen van het huwelijk. Veel paren hadden al een vaste relatie, maar konden nog niet trouwen omdat zij eerst voldoende inkomen, werk en woonruimte moesten hebben. Een zwangerschap kwam dan soms eerder dan het huwelijk.

Bij burgers lag dat anders. Zij hadden vaker een stabiel inkomen, een beroep of bezit en konden daardoor eerder trouwen. Ook werd er in die kringen sterker gelet op gedrag en reputatie van vooral de vrouw. Een zwangerschap vóór het huwelijk kwam daar minder vaak voor, omdat men het huwelijk beter kon plannen en men zich meer hield aan de geldende normen.

Voor arbeiders en dagloners was het leven onzekerder. Werk was vaak tijdelijk, lonen waren laag en een eigen huishouden beginnen was moeilijk. Daardoor ontstonden relaties vaak al voordat trouwen mogelijk was. In zulke situaties was een zwangerschap niet ongewoon. Het huwelijk volgde dan later, zodra het enigszins haalbaar was.

Verschil tussen burgers en arbeiders

Het verschil tussen burgers en arbeiders zat vooral in zekerheid en mogelijkheden. Burgers konden hun leven beter plannen. Zij wachtten met een relatie of gingen pas samenleven wanneer een huwelijk mogelijk was. Arbeiders hadden die keuze minder. Zij leefden dichter op elkaar, werkten samen en begonnen eerder een relatie, terwijl het huwelijk werd uitgesteld.

  • Bij burgers kwam een zwangerschap vóór het huwelijk minder vaak voor en werd dit sterker afgekeurd.
  • Bij arbeiders kwam het vaker voor, maar werd het in de praktijk vaak opgelost door alsnog te trouwen.
  • Burgers hadden meer middelen om problemen te voorkomen of op te vangen.
  • Arbeiders waren afhankelijker van familie en directe omgeving.

Niet elke zwangerschap buiten het huwelijk had dezelfde afloop

Wanneer de man bereid was te trouwen, werd de situatie meestal snel opgelost. Het huwelijk volgde dan vóór of kort na de geboorte. In de registers zie je vaak dat het eerste kind binnen enkele maanden na het huwelijk wordt geboren. Dat wijst op een zwangerschap van vóór het huwelijk.

Wanneer de vader niet wilde trouwen, werd de situatie moeilijker. De vrouw bleef dan ongehuwd moeder en moest zelf voor het kind zorgen. In dat geval werd vaak hulp gezocht bij ouders, broers of zussen.

Gevolgen voor de moeder

Een ongehuwde moeder had een kwetsbare positie. Zij moest zorgen voor haar kind zonder vaste steun van een echtgenoot. Werk en zorg combineren was moeilijk. Vaak bleef zij bij haar ouders wonen of keerde zij terug naar het ouderlijk huis.

Als dat niet voldoende was, kon zij hulp krijgen van de armenzorg. Die hulp bestond uit geld of voedsel, maar ging vaak gepaard met controle. Men probeerde de vader alsnog verantwoordelijk te houden.

Gevolgen voor het kind

Een kind dat buiten het huwelijk werd geboren had geen wettelijke vader, tenzij deze het kind erkende. Het droeg de naam van de moeder en had geen vanzelfsprekend erfrecht van de vader. In het dagelijks leven hing veel af van de familie. Als die het kind opving, kon het toch redelijk opgroeien.

Voorbeeld uit de familie Tigchelaar in Sneek

Een duidelijk voorbeeld is de situatie van Elisabeth, dochter van Gerrit Douwes Tigchelaar en Simentje Ruuds de Haan. Zij kreeg een zoon Gerrit terwijl zij niet getrouwd was. Dat wijst op een buitenechtelijke geboorte, zoals die vaker voorkwam in gezinnen met weinig zekerheid.

De zoon Gerrit woonde eerst bij een zus van Elisabeth en haar man. Later woonde hij bij Elisabeth en haar ouders. Dit laat zien hoe familie de zorg op zich nam wanneer een moeder dat niet alleen kon dragen.

Daarna trouwde Elisabeth met haar zwager nadat haar zus was overleden. Door dit huwelijk ontstond opnieuw een stabiel huishouden. Voor het kind betekende dit meer zekerheid en een vaste plaats binnen het gezin.

Enkele voorbeelden iot de 18de eeuw in Friesland

Anna Catharina en haar dochtertje Feikje Feikes Buma (Sneek, 1813). Kind is vernoemd naar vader maar vader speelde verder geen rol.

Freerk en vriendin Harmke met zoontje Sybe Oppenhuis. (Sneek 1813) Het kind werd erkend bij de geboorte en kreeg de achternaam van vader. Freerk en Harmke woonden samen.

Elisabeth Tigchelaar en Dirk TichelaarFraneker 1866. Kind is vernoemd naar zijn opa.

Antje Faber en haar kinderen Rinske Faber en Fredrik Faber en GerritSneek 1858, 1861, 1863). Fredrik en Gerrit zijn vernoemd naar familie van de man met wie ze in 1864 trouwde. Mogelijk woonden ze jarenlang samen.

Waarom juist bij arbeiders en dagloners

Buitenechtelijke zwangerschappen kwamen vaker voor bij arbeiders en dagloners omdat zij later trouwden en minder zekerheid hadden. Een relatie begon vaak al eerder, terwijl het huwelijk werd uitgesteld. Daardoor ontstond eerder een zwangerschap voordat men officieel getrouwd was.

Wanneer de man vervolgens niet trouwde, waren de gevolgen direct merkbaar. De vrouw moest terugvallen op familie of hulp van buitenaf. Dat maakte deze situaties kwetsbaar, maar ook zichtbaar in de bronnen.

Samenvatting

Buitenechtelijke zwangerschappen in de 19de eeuw waren vooral het gevolg van uitgesteld huwelijk en onzekere omstandigheden. Bij burgers kwam dit minder voor door meer stabiliteit en strengere controle. Bij arbeiders en dagloners kwam het vaker voor, maar werd het meestal praktisch opgelost. Als de man niet trouwde, droegen vrouw en familie de gevolgen. Het voorbeeld van Elisabeth laat zien hoe zo’n situatie zich kon ontwikkelen en uiteindelijk toch weer in een stabiel gezin kon eindigen.

Vroedvrouw, geboorteaangifte en naamgeving

Ook in de 19de eeuw moest een vroedvrouw bij een ongehuwde moeder proberen de naam van de vader te achterhalen. Dat gebeurde vooral om te voorkomen dat moeder en kind ten laste van de armenzorg kwamen. Die naam maakte de man echter niet automatisch tot wettelijke vader.

Het verschil met een kind uit een huwelijk zat vooral in de wet. Bij een gehuwde vrouw gold haar echtgenoot automatisch als vader. Bij een buitenechtelijk kind was dat niet zo. Onderzoek naar het vaderschap was in de 19de eeuw in beginsel verboden, zodat de naam van de verwekker meestal niet vanzelf in de geboorteakte kwam.

De moeder deed meestal ook bij een gewoon huwelijk niet zelf de aangifte. Vaak ging de vader, of anders een ander die bij de geboorte aanwezig was. Bij een buitenechtelijk kind kon daarom ook de vroedvrouw, een getuige of een bewoner van het huis waar de moeder woonde de aangifte doen.

Een buitenechtelijk kind kreeg gewoonlijk de achternaam van de moeder. Alleen als de vader het kind vrijwillig erkende, kon er later een juridische band met hem ontstaan. Zonder erkenning bleef het kind wettelijk alleen aan de moeder verbonden.