Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

7 oktober 1516: Het vonnis van Renieke Wythie uit Wirdum

Gezien door de regenten en raadsleden van Friesland, heeft Renieke Wythie uit Wirdum, ook bekend als Potmergen, uit Wirdum, vrijwillig toegegeven dat hij ongeveer twee jaar geleden betrokken was bij het roven van twee schepen vol graan aan de andere kant van de meren.

Ongeveer een jaar geleden hielp hij ook bij het stelen van twintig koeien van een weiland, en ongeveer een maand geleden heeft hij zelfstandig voor de tweede keer een zwarte koe gestolen. Deze koe behoorde toe aan iemand genaamd Claes van de Stiekwerf. Hij verkocht deze koe later aan een man in Marsum.

Al deze acties tonen een slecht karakter en leiden tot slechte gevolgen die niet ongestraft mogen blijven, maar bestraft moeten worden als een waarschuwing voor anderen.

Na zorgvuldige overweging, in naam en namens de meest christelijke Koning van Spanje en de heren van Friesland, onze machtigste heer, hebben de genoemde regenten en raadsleden Renieke Wythie ter dood veroordeeld.

Hij zal naar de galg bij Dykshorne bij Beetgum worden gebracht om daar opgehangen te worden aan een halve galg.

Dit besluit is genomen in Leeuwarden op de 7e dag van oktober in het jaar 1516.
Het vonnis is ondertekend door:

  • Gysbert van Raex
  • Geryt Mulart
  • Kempo J.U., doctor
  • Rienck van Kambuir
  • Rienk Kamstra
  • Gerolt Herama.

Rienk Wytsen, afkomstig uit Wirdum, is bij Dykshoorne nabij Beetgum opgehangen vanwege het stelen van vee uit de weilanden.

De terechtstelling is op dezelfde dag in 1516.

18 augustus 1518: De borgstelling van Saeck Wythie

Rymert Wolbes was om bepaalde redenen in gevangenschap geraakt. Hij is vrijgelaten nadat Saeck Wythie, de dochter van Rymert en zijn vrouw, al haar bezittingen, zowel roerend als onroerend, als onderpand heeft gegeven.

Ze heeft ook al haar adelijke privileges opgegeven en afgezworen met een eed. Daarnaast zijn Foppe Bolema en Gerlof Schryver als borgen opgetreden voor een bedrag van honderd gulden. Dit betekent dat Rymert Wolbes zich, op verder schriftelijk bevel, opnieuw zal moeten melden en verantwoorden voor de zaken waarvoor hij oorspronkelijk was vastgezet. Dit gebeurde in Leeuwarden op 18 augustus 1518.