Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

27 januari 1519: Zes Geldersen worden gevangen

Op 27 januari 1519 werden zes soldaten van Gelre gevangen genomen en naar Leeuwarden gebracht. Ze waren actief in het gebied van Tietjerksteradeel, vlakbij Leeuwarden, in een dorp genaamd Suameer. Hun doel was om de onderdanen en dienaren van de Koning van Spanje, onze grootmachtigste heer, te vangen en te schaden.

Deze soldaten hebben voor het gerecht hun bekentenissen afgelegd. Dit deden ze in aanwezigheid van:

  • Cristoffel van Geysfeneck en Hans Pottinger (dienaren van de stadhouder van mijn grootmachtige heer)
  • Nicolaus van Ost (koninklijke proost)
  • Ieronimus Zobel
  • Douwe Buermange
  • Velten van Landan (kastelein van Leeuwarden).

De bekentenis van Wygman van Newe Kerckp

Wygman van Newe Kerck, afkomstig uit het land van Gelre, bekende dat hij van de stadhouder in Dokkum, een persoon genaamd Bernhart van Emsser, een opdracht had gekregen om een gezworen onderdaan en dienaar van de Koning, genaamd Coppe, te vangen tijdens een staand bestand.

Hij heeft dit bekend zonder onderworpen te zijn aan marteling.

Een andere gevangene, Bernhart van Kemsser, gaf aan dat hij de boodschapper was met de opdracht om de genoemde Coppe, dienaar van de Koning, te halen. De opdrachtgever was een persoon genaamd Gerloft.

Bernhart had op een moment gezworen niets tegen het huis van Bourgondiƫ te ondernemen. Hij stond op dat moment onder bevel van Wilcke van Achelen, de hoofdman van de koning in Leeuwarden, maar heeft die belofte niet gehouden.

Casteleijn Weerdt van Dokkum kreeg specifieke opdrachten

Wiert Buwes zoon van Bolsward bekende dat hij naar Dokkum was gestuurd tijdens deze specifieke missie en dat hij heeft geholpen om, tijdens een staakt-het-vuren, iets van Koninklijke Majesteit bij Ysselwolde te halen. Hij was ook betrokken bij de overval in Medemblik en Memminge. Dit alles heeft hij zonder marteling verteld.

Claes Wiltschut uit Wirdum gaf toe dat hij deelnam aan de missie om de eerder genoemde Bernhart, een ontsnapte gevangene en een gezworen onderdaan van de Koninklijke Majesteit, terug te halen.

Hans van Dokkum bekende dat hij samen met de schipper van Sneek deelnam aan deze missie in Memmingen, waarbij hij hielp om onderdanen van de Koning in Hallum en enkele huishoudens bij Claercamp te halen voor een oude brandschatting tijdens het staakt-het-vuren.

Meymert van Barlickum, ook bekend als Wopke, bekende ook deelname aan deze missie. Hij hielp bij het halen van onderdanen van de Koning van een kleine mijl buiten Leeuwarden naar Wirdum, en ook de onderdanen naar Hallum, en was aanwezig in Memminge.

Vanwege woorden die Heuschen van Bouw Alick zou hebben gesproken in Harlingen, en handelingen tegen de Koninklijke Majesteit, werd hem opgedragen om gedurende een bepaalde periode buiten Friesland te blijven en niet terug te keren.

Deze gebeurtenissen werden vastgelegd in Leeuwarden op 28 januari 1519, in aanwezigheid van Nicolaas van Ost, proost, en Velten van Landen, kastelein.

Dit gebeurde er in 1515 in Friesland.