In het jaar 1516
Na alle strijd dat jaar in Friesland kwam daar er in november ook nog een grote overstroming van de zee bij tijdens een storm met springvloed. Het zoute water stroomde over het land.
Op 24 november, de avond voor Sint-Katharina in 1516, veroorzaakten sterke winden en stormen dat de zeedijken in heel Friesland doorbraken. Het zoute water overspoelde Friesland tot een onvoorstelbare hoogte. Het water kwam ongeveer tot de knieën omdat het een springtij was.
Een exacte samenstand van zon en maan vond die dag plaats, een kwartier voor negen, en in hun directe baan was dit ongeveer vier en een half uur na de middag volgens de meridiaan van Sneek.
Het water stond zo hoog dat men met schepen over de ingedijkte landen kon varen. In Sneek kon men zelfs met een snik, dat is een type boot, vanaf de Noorderpoort langs de dijk varen en dan achter het klooster van de minderbroders (Franciscanen) door tot aan de Oosterpoort. Men kon ook binnen de stadspoorten van Sneek varen vanaf de Burgstraat door de Peperstraat en over het plein bij het Doniahuis.
De overstroming veroorzaakte aanzienlijke schade in Friesland, vooral in Westergo, waar veel vee verdronk en boeren veel van hun bezittingen kwijtraakten. Zaken als schatkisten, kisten, stoelen en bedden dreven raakten verloren.
Dit gold in het bijzonder voor degenen die hun bezittingen hadden verloren door het oorlogsgeweld en de branden van de zomer en de herfst daarvoor. Zij hadden kleine hutten herbouwd die niet voldoende bescherming boden voor hun goederen. Hele hutten werden door het water weggespoeld.
Tijdens de overstroming zochten heer Floris, Graaf Felix en andere edelen met hun soldaten toevlucht op zolders van huizen en hooizolders in Lemmer, waar ze verbleven tot het water zakte. Na de storm vertrok heer Floris naar Harlingen en vervolgens naar Leeuwarden, terwijl Graaf Felix met de soldaten in Lemmer bleef tot eind december.
Op de laatste dag van december trok Graaf Felix met al zijn troepen uit Lemmer en brandde Lemmer volledig af, met uitzondering van de kerk en één huis, en ging met zijn troepen liggen in de Cuner.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).

Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).