In het jaar 1516
Er komen nieuwe Gelderse troepen in Friesland die naar Groningen trekken. De bourgondiƫrs plunderen dorpen tussen Leeuwarden en Franeker.
In december kwam een leger van 1500 soldaten uit Gelderland door Coevorden in Groningerland en zette zijn kamp op in Gerkesklooster en Kollum. Hier plunderden ze Kollumerland en Achtkarspelen omdat die trouw hadden gezworen aan heer Floris.
Toen de Geldersen dit in Oostergo begonnen te doen, beval heer Floris heer Tzalling Bottinga en Douwe Burmania om met hun legers te vertrekken uit Oldeclooster en Nijeklooster, en naar hem toe te komen in Leeuwarden.
Ze vertrokken op 10 december uit Oldeklooster en Nijeklooster en reisden naar Leeuwarden en vervolgens naar Dokkum. En heer Tyaardt Burmania, drost in Dokkum, en heer Tzalling Bottinga hadden ongeveer drieduizend mannen of soldaten, voornamelijk boeren uit Oostergo. Zij waren bereid waren om tegen de Geldersen te vechten, en trokken op tegen de Geldersen richting Kollum.
Toen de Geldersen erachter kwamen dat er troepen op hun af kwamen trokken ze verder naar Aduard; de Friezen uit Oostergo achtervolgden hen tot Zuidhorn maar keerden toen weer naar huis
De Bourgondische soldaten trokken naar het klooster van Aengwirden en naar Berlikum en andere dorpen tussen Leeuwarden en Franeker. Ze brachten onderweg grote schade toe aan de boeren, hun eigen bondgenoten.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).