In het jaar 1519.
Friesland krijgt weer een nieuwe stadhouder, graaf Christoffel van Meurs. Er komt een nieuw tijdelijk bestand en beide partijen heffen belastingen.
In dit jaar keerde Maarten van Rossum, heer van Poederoijen, terug van Sneek naar Gelderland en wilde niet langer Stadhouder van Friesland zijn. Hij zag dat de Gelderse bevelhebbers in Friesland, samen met enkele Friese edelen, niet op een deugdelijke manier het land regeerden, aangezien zij meer naar hun eigen belang zochten dan naar het welzijn van de gemeenschap.
Aan het begin van april kwam er een nieuwe Stadhouder in Sneek, Christoffel, Graaf van Meurs en Ferwerd, die door de Hertog van Gelre was aangesteld als generaal Stadhouder van Groningen en de omliggende gebieden, over Oostergo, Westergo, en Sevenwolden, die de Gelderse partij aanhingen.
Christoffel had geen macht over de stad Meurs en de landen, aangezien zijn zuster Meurs alle domeinen bezat en getrouwd was met de graaf van Wedde.
Zijn zuster en andere edelen beschouwden hem als een buitenechtelijk kind van Meurs. Echter, sommigen zeiden dat zijn moeder van adel was en dat zijn vader haar op zijn sterfbed had getrouwd.
Na het aflopen van een jaar wapenstilstand op 17 maart 1519 tussen de Bourgondiërs en Geldersenen met betrekking tot Friesland, kwamen de Bourgondische en Gelderse heren en gemachtigden weer samen in Utrecht om te onderhandelen over vrede of een nieuw bestand in Friesland.
Omdat ze niet tot een eeuwige vrede konden of wilden komen, aangezien de Friezen nog niet genoeg geleden hadden, wilden ze ook geen nieuw bestand sluiten. Er werd afgesproken dat niemand elkaar schade zou berokkenen, noch aan het leven noch aan goederen, en dit werd voor een tijd in Friesland door beide partijen nageleefd.
De Geldersen probeerde het platteland van heel Friesland te regeren. Ze stelden Grietmannen (lokale bestuurders) aan in sommige gebieden waar de Bourgondiërs ook Grietmannen hadden aangesteld en de boeren in sommige delen van Westergo moesten jaarlijks belasting betalen aan beide heren. Degenen die weigerden of uit angst voor de Bourgondiërs niet durfden te betalen, werden door de Geldersen gevangengenomen.
De Geldersen vingen de boeren rond Leeuwarden, Franeker, en Harlingen en brachten hen naar Sneek. Als reactie hierop deden de Bourgondiërs soms uitvallen en vingen op hun beurt Gelderse Friezen. Maar dit werd door de Geldersen niet zo zwaar opgevat.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).