Sybe Louws werd geboren in 1636 in het dorp Oppenhuizen. Hij was de enige zoon in het boerengezin van Louw Gerrits Rouckema en Doedje Sjoerds. Vader was ook administrateur van de kerk van Oppenhuizen. Zijn grootvader, Gerrit Sybes Roukema, en grootmoeder, Lolck Louwes Coppenburg, waren bekende namen in de regio. Zijn vader Louw Gerrits was een welvarende boer in Oppenhuizen, die vóór 1618 geboren werd en vóór 24 april 1666 overleed. Sybe groeide op met vier zussen: Lolk Lous, Geert Louws, Hylck Louws, Siouck Louws, Sipke Louws en Wyts Louws.
Sybe begon zijn carrière als veerschipper van Joure op Leeuwarden. Dat heeft hij gedaan tot ongeveer 1670, een paar jaar voor zijn trouwen met Trijntje Pyters.
Een veerschipper had een cruciale functie in een tijd waarin waterwegen de voornaamste transportroutes in de regio waren. Hij voer vanuit Broek over de binnenwateren via het Sneekermeer mogelijk langs Irnsum en Grouw naar Leeuwarden. Irnsurmerszijl, de plek waar Trijntje Pyters vandaan kwam, was een sluis waar scheepvaartverkeer richting Grouw langs kon. Mogelijk hebben ze elkaar daar ontmoet.
In 1670 stopte Sybe als veerschipper en werd huisman in Broek. Hierbij kwam een financiële kwestie naar voren. Een veerbrief was een officieel document dat de rechten en plichten van een veerschipper vastlegde, inclusief financiële verplichtingen. Sybe had een schuld van 340 goud guldens vanuit een veerbrief die oorspronkelijk toebehoorde aan Hendrik Aukes. Deze schuld werd overgedragen aan Uilkjen Idses, de weduwe van Rintse Feickes uit Joure.
In 1674 besloten Sybe en Trijntje Pyters te gaan trouwen. Sybe is dan 31 jaar en woont in Leeuwarden. Ze gingen in 1674 in ondertrouw op 9 februari in Haskerland en op 29-03-1674 trouwden ze er. Ze vestigden zich uiteindelijk in het dorp Broek.
Van Tryntje Pyters is niet meer bekend dan dat ze uit Irnsumerzijl komt. Er loopt een vaarroute tussen Joure via het Sneekermeer en de rivier de Boorn naar Leeuwarden. Bij Irnsummerzijl is een grote sluis waar schepen moesten wachten tot de sluis open ging.
Ze kregen in Broek vijf dochters:
In 1675 wordt Sybe Louws door het gerecht van Haskerland tot curator benoemd van de niet met naam genoemde jonge kinderen van zijn zus overleden zus Lolck en zijn zwager Jan Gelckes, een meester-kleermaker en lakenkoper in Joure. Het ging niet zo goed tussen Sybe en zijn vroegere zwager. In 1680 vordert mr. Jan Gelckes van zijn vroegere zwager Sybe Louws, te Broek, een betaling van 50 eg. en verschuldigde rente volgens handschrift van 16 juni 1670. In hetzelfde jaar procedeert Jan Gelckes, mr. kleermaker op de Joure om het bedrag terug te krijgen van zijn zwager.
Sybe was in 1670 huisman in Broek geworden. Dit betekent dat het echtpaar een eigen boerderij met land bezat.
In 1678 deed Sybe een opvallende aankoop. Voor een bedrag van 1010 gouden guldens kocht hij drievierde deel van een boerderij met land in Broek van de kinderen van wijlen Jelle Ames (Hylckema). In 1681 kocht hij het resterende kwart voor 42 gouden guldens van Tiets Fredses.
Zijn land werd in 1681 verder uitgebreid met de aankoop van het resterende kwart van het land voor 42 goudguldens van Tiets Fredses.
In het dorp Ouwsterhaule huurde Sybe 1698 land van de Patroon van Ouwsterhaule. Dit was stemnummer 14.
Bij de registratie van de stemmen in 1698 in Doniawerstal, de stemcohieren inschrijving, had Sybe de volgende landerijen in gebruik:
Het stemrecht was in die tijd gekoppeld aan het land dat je bezat. Sybe had dus met zijn twee stemmen invloed.
In maart 1713 kwam er een einde aan het leven van Sybe. In de nasleep van zijn overlijden verkochten Trijntje en hun kinderen het familiebezit in Broek voor 1050 goud guldens aan Melchior de Rhee. Trijntje en de zusjes Siouck en Pytertie woonden toen nog op de boerderij.
In 1645 werd een opvallende gerechtelijke uitspraak gedaan betreffende Sybe. Het gerecht verklaarde dat Sybe Louws een bepaald stuk land ongemaaid en ongehooid moest laten. Sybe werd ook bevolen om de verkregen opbrengsten van dat land terug te geven. Hij besloot tegen deze uitspraak in beroep te gaan. De eiser in deze zaak was Ruijrd Ruijrdts, een koopman uit IJlst, die handelde namens zijn halfzus Foockel Hendricx.
Het land en boerderij in Broek dat hij in 1678 kocht was van Ame Jelles uit Oosterend, Wybe Jelles uit Sensmeer en Attie Jelles uit Goëngarijp. Zij waren de kinderen van de overleden Jelle Ames (Hylckema). De verkoopprijs was 1010 goud guldens. Op 6 mei 1680 registreerde secretaris Vincentius Gales deze betaling. Het werd gezien als een schuld van veerschipper Sybe vanaf 10 oktober 1679.
In 1681 kocht Sybe het kwart van het land voor 42 goud guldens van Tiets Fredses, een weduwe uit Lippenhuizen. Secretaris Gales leende Sybe blijkbaar geld voor zijn landaankopen. Sybe erkende een schuld van 163 goudguldens op 16 november 1681. Dit kwam bovenop een eerdere schuld van 336 goudguldens van 10 oktober 1679.
Geboren voor 1636 in Oppenhuizen, gestorven in 1713. Hij werd 77 jaar.
De omgeving van het Sneekermeer
De schoolmeesters van Oppenhuizen
Kinderen op het Friese platteland
De dagindeling op het platteland
Markten en kermissen in Friesland
De "eg." staat voor "gouden engel" of "engelse guinie". Dit was een muntsoort die werd gebruikt in Friesland en andere delen van Nederland. De "engel" was oorspronkelijk een gouden munt uit Engeland en werd later in Nederland en andere Europese landen nagebootst. In Friesland werd de munt aangeduid als "eg." of "engel".
De waarde van de engel varieerde in de loop der tijd en afhankelijk van de plaats, maar het was een munt van aanzienlijke waarde. Ook de goudgulden of gg werd in de 17de eeuw gebruikt. Er waren dus meerdere munten naast elkaar in omloop. Het metaal, in dit geval het goud, bepaalde de waarde.