In het jaar 1500:
Er zijn plannen en voorbereidingen om naar de onderhandelingen in Enkhuizen te gaan.
Naar aanleiding van de brieven en het verzoek van hertog Philips, besloten de Friezen dat eerbare heren als heer Peter Poppingawyer, abt van Oldeklooster, Meester Hetto Jongama, vicaris van Bolsward, heer Douwe, pastoor van Harlingen, Edo Jongama van Rauwert en Douwe Galis van Ackrum, naar Enkhuizen zouden reizen om met de genoemde heren te spreken, zodat de Friezen bevrijd konden worden van de hertog van Saksen.
Maar toen deze afgevaardigden in Stavoren aankwamen, waren ze niet tevreden met de hen geboden bescherming en wachtten op een andere.
Wij, Johan Graaf van Egmond, heer van Barum, stadhouder-generaal van Holland, Zeeland en Friesland, en Cornelis van Bergen, heer van Molen Souenbergen, Gronenbroeck etc., Maarschalk van onze aller genadigste heer, de Aartshertog van Oostenrijk, Hertog van Bourgondiƫ, van Brabant etc.
Als afgevaardigden van onze aller genadigste heer de Aartshertog, verlenen hierbij veilige doorgang aan de afgevaardigden van de heren en gemeenschappen van Friesland, die met Chaerloos de Heraut van onze genadige heer de Aartshertog komen, en aan de afgevaardigden van hertog Hendrick van Saksen, in totaal vijftig personen of minder, om naar Enkhuizen te komen vanuit Friesland, en van Enkhuizen veilig terug te keren, zonder misleiding, en vrij van alle ruiters, zowel van onze genadige heer van Saksen als van onze genadige heer de Aartshertog, aangezien we zekerheid van de kapiteins van onze genadige heer van Saksen hebben verkregen.
We bevelen daarom alle kapiteins, ruiters, officieren van onze genadige heren en alle anderen om deze veiligheidspassage onvoorwaardelijk te respecteren op straffe van leven en goed. Als bewijs hiervan, en omdat wij dit willen handhaven, hebben wij dit ondertekend met onze handtekeningen.
Gedaan in Enkhuizen op 24 juli 1500.
Egmond. Cornelis van Bergen.
Toen deze beschermingsbrief in Stavoren aan de afgevaardigden werd overhandigd, was de slag bij Bomsterzijl echter al verloren.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).