Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

In het jaar 1500:
Bij het dorpje Bomstersyl, het tegenwoordige Nijziel, in noord-west Groningen komt het tot een treffen tussen de Friezen en de soldaten van de Hertog van Saksen.

De voorbereidingen voor de veldslag bij Bomstersyl

Toen de Groningers hoorden dat hertog Albert van Saksen met een grote troepenmacht in Eemderland bij de graaf was aangekomen om zijn zoon, die in Franeker door de Friezen belegerd werd, te bevrijden, bevalen ze alle Friezen uit Marne, Hommerts, Fredewolde, Langwolde, enz., die onder hun verbond en gebied vielen, om eendrachtig naar Marne te gaan om de hertog tegen te houden.

Ze beloofden ook hulp met burgers, kanonnen en kruit, wat ze niet nakwamen. De Groningers stuurden boden en brieven naar de Friezen bij Franeker die vroegen om hulp en steun, aangezien hertog Albert zeker met een grote macht kwam om zijn zoon te bevrijden. Ze beloofden alle hulp en bijstand aan de Friezen om de hertog en zijn huurlingen tegen te houden.

De belegeraars voor Franeker kozen vervolgens de volgende heerschappen als leiders van een troepenmacht: Aesgoe van Mantgum, Aucke Kempo zoon van Unia van Wirdum, Wattye Harinxma van Sloten, Botto Sterkenburch en zijn broer Worp Tyaerda op de Geest (= uit Rinsemageest), Tete Feddrichz en Gerbrant Mockama. Deze heren reisden met duizend Friezen naar Bomstersyl, en maakten daar een schans aan de westkant van het water.

Ze braken de sluis op om het land te overstromen zodat de hertog en zijn troepen er niet door konden komen. Maar wat ze overdag aan de sluis vernielden, werd 's nachts door de lokale bewoners hersteld om hun land te beschermen tegen overstroming.

Sommige leiders werden beschuldigd van eigenbelang en de sluis bleef dicht omdat het anders tot grote schade en verwoesting van het land zou leiden. Toch werd de sluis uiteindelijk helemaal vernietigd zodat de hertog en zijn troepen er niet door konden komen.

Friesland

De slag bij Bomstersyl (het tegenwoordige Niezijl in Groningen)

Terwijl de Friezen zich verzamelden bij de genoemde sluis, kwam hertog Erich van Brunswick met andere heren en ongeveer drieduizend soldaten het water over naar Marne. Ze vochten tegen de Friezen uit Groningen en wonnen. De Friezen werden verslagen, gevangengenomen en het land werd geplunderd en in brand gestoken.

Tijdens deze slag werden Jarich ten Burg en Euvo van Eusum en vele andere dorpelingen gedood.

Later, op 8 juli, kwamen ongeveer duizend soldaten van hertog Alberts leger uit Marne en beroofden de boeren bij Aedwert (het huidige Aduard). De Friezen bij Bomstersyl stuurden troepen om hen te bestrijden, doodden en verdronken velen, en de overlevenden vluchtten naar Aedwert.

Tien soldaten werden gevangengenomen, waarvan er zeven naar Franeker werden gestuurd en daar aan raderen werden opgehangen. Niet lang daarna arriveerde hertog Albert met al zijn heren en soldaten over de Groninger Diep en vestigde zich in Winsum, Aedwert en de omliggende gebieden.

slagveld Groningen

De slag bij Bomstersyl en de nederlaag

Toen de Friezen bij Bomsterzijl hertog Albert van Saksen verwachtten, en de hertog zich in Aedwert en Winsum bevond, reisden Aesgoe van Mantgum en enkele andere edelen naar Groningen. Zij vroegen of Groningen de Friezen zou helpen met hun troepen, volgens de overeenkomsten die in Dokkum gemaakt waren. De Groningers antwoordden dat ze hun stad wilden verdedigen en dat ze bereid waren om schutters, buskruit, voedsel en drank te leveren.

Toen vroegen de edelen of de Groningers de overeenkomsten van Dokkum vergeten waren, waarin beloofd werd elkaar met man en macht bij te staan om alle landsheren en soldaten uit het land te weren. Bij het afscheid logen de Groningers en zeiden dat zodra hertog Albert Aedwert zou verlaten, zij hem van achteren zouden aanvallen. Deze belofte kwamen ze later niet na.

Na ongeveer acht dagen bij Bomsterzijl te hebben gelegen en de hertog niet kwam aanvallen, keerden veel Friezen terug naar huis tegen de wil van hun leiders, om thuis op de boerderij hun hooi te oogsten en te verzamelen. Dit gebeurde vooral door de dorpelingen uit Sevenwolden. Later kwam hertog Albert met al zijn troepen naar Bomsterzijl, samen met Egbert, Graaf van Emden, en veel edelen uit Groningerland die door de Groningers waren verbannen.

slagveld Groningen

Hertog Albert had veel en krachtig geschut, waaronder slangen, halve slangen, tumelaars en ander veldgeschut. Hij positioneerde zich met zijn troepen en geschut aan de oostzijde van het water. Toen hertog Albert merkte dat veel Friezen vertrokken waren, stak hij op 14 juli het water over met hertog Erich van Brunswick en vele andere buitenlandse graven, ridders, edelen en heer Frederick van Iselstein uit Holland.

De Friezen boden aanvankelijk stevig verzet, maar omdat ze in de minderheid waren, vluchtten ze uiteindelijk. Er werden ongeveer honderd Friezen gedood, allen dorpelingen en Friese soldaten uit Oostergo en Sevenwolden. Deze slag vond plaats op de genoemde dag, zes uur na de middag.

De kroniek van Worp van Thabor

Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.

Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.

Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).