Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

In het jaar 1515
Ook in april 1515 waren er veel geweldadigheden. Vanuit Leeuwarden werd zelfs Dokkum aangevallen.In deze maand onderhandelde de hertog van Saksen met Karel van Bourgondië om Friesland over te nemen.

De eerste dagen van april

Op 4 april verzamelden zich in Bolsward alle mensen uit de Zevenwouden, Gaastertland en Wonseradeel. Ze trokken de volgende dag, die Witte Donderdag was, naar Lunkerk en Lidlum om de kloosters daar te beschermen tegen Franeker en Harlingen, zodat deze niet ingenomen zouden worden. Ook wilden ze voorkomen dat de Gelderse Friezen vanuit hun steden schade zouden aanrichten. Ze bleven daar zo lang totdat de Zwarte Hoop weer in het land terugkwam.

Daarna, op 12 april, kwam Syaerd Mockama uit Dokkum met een vendel van tien Gelderse soldaten naar Margaretha en bezette dat tegen de Leeuwarders, zodat zij geen schade konden toebrengen aan de Gelderse Friezen in Ferwerderadeel en Dongeradeel.

Twee dagen eerder joegen de Leeuwarders 6 of 7 knechten van de Geldersen de toren in Finkum op. Met vuur en rook kregen ze de Geldersen uit de toren en sloegen ze dood. En als wraak voor deze knechten brandden de Geldersen vanuit Margaretha het huis van Doctor Kempo Martena in Cornjum af.

Friesland stad middeleeuwen

Soldaten uit Dokkum vallen Dokkun binnen

Op 23 april 1515, 's nachts, trokken 105 soldaten samen met enkele ballingen uit Dokkum vanuit Leeuwarden naar Dokkum en doodden daar vier mannen, waaronder een edelman uit Dantumawoude, genaamd Taeke Buma.

Dokkum was op dat moment nog niet goed versterkt. Omdat op dat moment zowel de Dongeradeelen als Dantumadeel onder controle stonden van de Geldersen, werden overal de klokken geluid en kwamen de dorpelingen in actie.

Dit merkten de soldaten uit Leeuwarden op, en ze haastten zich terug naar hun schepen, die in de haven lagen, en trokken vervolgens terug naar Leeuwarden, met elf gevangengenomen burgers uit Dokkum. Toen ze met hun schepen bij de brug van Banderhuis aankwamen, troffen ze daar veel dorpelingen aan die balken en andere schepen als barricade voor de brug hadden geplaatst, in de hoop de soldaten te kunnen doden.De soldaten, die acht kleine kanonnen en 40 musketten bij zich hadden, openden het vuur op de dorpelingen, die weinig tot geen vuurwapens hadden. Hierdoor werden deze gedwongen om zich terug te trekken. Hierbij werden twee dorpelingen doodgeschoten, vijf gewond, en drie van de Saksische soldaten raakten ook gewond.

De Geldersen vragen geld voor hun strijd

In dat jaar, rond Pasen, vroegen de Geldersen negen stuivers van de gouden gulden rente om hun soldaten te betalen die Vriesland vrij moesten maken. Dit stond de gewone Gelderse Friezen tegen, maar ze moesten desondanks betalen als ze vrij wilden zijn.

De hertog van Saksen wil zijn rechten op Friesland verkopen

In deze tijd waren afgevaardigden van Hertog George in Brussel en Mechelen om te onderhandelen met Hertog Karel van Bourgondië en zijn raad. Ze bespraken dat de Bourgondiërs Hertog George een som geld zouden geven, en hij zou op zijn beurt Friesland met al zijn rechten overdragen aan hen, en dit alles met de instemming van Keizer Maximiliaan.

De kroniek van Worp van Thabor

Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.

Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.

Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).