In het jaar 1515:
De strijd tussen de Gelderse Friezen en de aanhangers van de hertog van Saksen brandt pas goed los. Dokkum wordt verwoest en dorpen branden. De monnik Worp van Thabor denkt dat het een complot is van de hertogen.
Terwijl de Zwarte Hoop nog in Bolsward lag, kwamen in Dokkum Graaf Edzard van Emden, Leonard heer van Swartzenburg, en Jonker Ulrich van Oldersum met geschut en veel volk de Geldersen te hulp tegen de Zwarte Hoop.
Ze lagen lange tijd in Dokkum en verwoestten alles wat er nog was, haalden veel vee uit Westergo en van Leeuwarden, en beroofden de huishoudens die niet trouw hadden gezworen aan de Geldersen, en voerden alle goederen naar Groningen.
Zo werd Friesland aan beide kanten ellendig verwoest, gebrand en geplunderd. De Zwarte Hoop met Leeuwarden, Franeker en Harlingen, die Saksisch waren, verwoestte en verbrandde de Friezen die Gelders waren; op dezelfde wijze verwoestten en brandden de Friezen die Gelders waren, met de Graaf van Emden, de Friezen en dorpen die met de Saksen hielden.
Zo bedroefde de ene Fries de andere, ieder vasthoudend aan zijn partij en heer die hij had gekozen. En het is waar gebleken in Friesland, dat wat onze Heer Christus zegt in het Evangelie: dat elk koninkrijk dat in zichzelf verdeeld is, ten onder zal gaan.
Graaf Edzard van Emden stuurde veel brieven naar Sneek aan Arkles, en verzocht om de Zwarte Hoop aan te vallen. En Arkles schreef terug aan de Graaf dat hij rustig moest blijven met zijn leger totdat hij hen zou oproepen. Want Arkles was namens de Hertog van Gelre de stadhouder in Friesland over de steden en landen die met de Hertog van Gelre hielden.
Leonard, heer van Swartzenburg, was de opperhofmeester en bevelhebber over de soldaten en de oorlogvoering; daarom mochten graaf Edzard van Emden noch de heer van Swartzenburg de Zwarte Hoop aanvallen zonder toestemming van Arkles. Zo deed de Zwarte Hoop zijn zin in Friesland zolang totdat de edelen en steden, die nu met de Saksen verbonden waren, trouw hadden gezworen aan Bourgondiƫ.
Op de eerste dag van mei kwamen in Sneek ambassadeurs van de koning van Frankrijk aan. Ze reisden vervolgens verder naar Bolsward naar de Zwarte Hoop om hen te werven voor de dienst van de koning van Frankrijk.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).