In het jaar 1516
De Bourgondiërs, de Friese aanhangers van de prins van Spanje, vallen Rinsemageest aan en branden het dorp plat. De aanvallers worden echter weer aangevallen en verslagen door de Geldersen.
Op 31 mei 1516, terwijl de Geldersen nog in Oldeklooster lagen, vertrokken vanuit Leeuwarden en Franeker tweehonderd soldaten, en met hen de hofmeester van Jemma, heer Jusma, ook bekend als de rechter van Bommel, met een deel van zijn soldaten die hij op het huis had.
Ze trokken 's nachts op naar Rinsumageest en sloegen bij de ingang een man dood die op wacht stond, en brandden vervolgens Rinsumageest bijna helemaal af.
Het huis van Schelto Tyarda, waar de Geldersen op lagen, durfden ze echter niet aan te vallen. De Geldersen die daar waren, hadden moed getoond, ze zouden het grootste deel van de omgeving met hun schieten kunnen domineren.
De heren Obbema, Heemstra, en Syts Roerda uit Genum en de omringende dorpen zagen de brand op Rinsumageest wisten dat de Bourgondiërs daar aan het werk waren. Ze mobiliseerden alle dorpelingen die ze snel bijeen konden krijgen en bleven stil bij Genum en Hoge Beintum, wachtend op de Bourgondiërs toen deze terugkwamen uit Rinsumageest.
Nadat de Bourgondiërs Rinsumageest hadden afgebrand, namen ze al het goed en de dieren van Rinsumageest en Claercamp mee die ze konden drijven en dragen, en reisden weer richting Ferwert.
Maar toen ze 's ochtends bij Genum aankwamen, voordat de zon opging, vielen de eerder genoemde gemobiliseerde huishoudens de soldaten aan en vochten dapper tegen elkaar. Hoewel de soldaten sterker waren dan de huishoudens, kregen de huishoudens de overhand en doodden wel 70 soldaten.
Daarbij viel ook de rechter van Bommel, de hofmeester op Jemma, heer Jusmahuis. Er werd ook een edelman van de Gelderse Friezen, Poppe Obbema of Heemstra, in zijn arm geschoten, aan welke verwonding hij later overleed. Poppe was de voornaamste die samen met de huishoudens deze slag op de Bourgondiërs deed.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).