In het jaar 1515
Het soldij van de huurlingen van de Zwarte Hoop is geroofd door Grote Pier. De huurlingen gijzelen hun hoogste officieren en trekken plunderend en brandend door Friesland op weg naar Leeuwarden.
Op de 19e dag in mei, de zaterdag na Hemelvaartsdag, trok de Zwarte Hoop uit Bolsward en stak de stad op alle hoeken en straten in brand. De hele stad brandde af, behalve de kloosters en kerken en een klein straatje bij de Witte Begijnen, want die werden beschermd door het klooster.
Hier en daar bleef er een heel of half huis staan, maar zeer weinig. Heer Goslick Jongama was zelf in de stad bij de Zwarte Hoop en kon zijn eigen huis niet beschermen, maar moest het ook laten afbranden.
De Zwarte Hoop nam Bolsward drie weken eerder in.
De Zwarte Hoop bleef die nacht in de dorpen Weidum, Bears, Boazum, Hilaard, en de omliggende gebieden, en ze brandden alle dorpen af waar ze doorheen gingen of reisden, per schip of over land.
Al het geroofde goed dat ze in en rond Bolsward hadden genomen brachten ze met schepen naar Leeuwarden.
Onderweg brandden ze de volgende dorpen af:
In deze genoemde dorpen bleven enkele huizen staan, maar niet veel.
Op 26 mei trok de Zwarte Hoop verder en sloeg hun kamp op bij Berlikum, Aengwirden, Beetgum en in de omgeving bij de dijk.
Op 28 mei brak de Zwarte Hoop op van Berlikum en ging te voet langs de dijk richting Workum. De burgers van Workum hadden hun bezittingen al op schepen geladen en toen de Zwarte Hoop aankwam, trokken de Geldersen met de burgers vooruit uit Workum, zowel over water als over land, ieder zijn eigen weg en staken hun stad in brand.
De Zwarte Hoop achtervolgde hen op de vlucht en verbrandde ongeveer tien of elf van hun schepen.
Op 30 mei brandde de Zwarte Hoop Workum af wat er nog over was gebleven, samen met de kerk en de mooie toren die als een baken of teken diende voor alle schepen die vanuit de Noordzee het Vlie of de Mardiep binnenkwamen.
Toen de Zwarte Hoop Workum verliet en te voet weer langs de dijk trok bleven ze lang in Berlikum liggen. Ze hadden veel goederen in Workum en in de omliggende dorpen van burgers genomen en deze op schepen geladen. Ze hoopten om met de gestolen goederen en de gevangenen binnendoor naar Harlingen, Franeker, en Leeuwarden te kunnen komen.
Er waren veel soldaten die de schepen moesten bewaken. Echter, de bewoners van dorpen tussen Workum, Bolsward en Sneek, die buiten de dijken woonden, hebben al deze schepen met de goederen in beslag genomen en alle Duitse soldaten die bij of op de schepen waren, verdronken of doodgeslagen. Ze namen niemand gevangen.
Toen de Zwarte Hoop in Bolsward was, namen de huurlingen hun hoogste officieren gevangen waaronder Jacob Warnamer en Casper van Olms. Ze beschuldigden hen ervan de betaling van de troepen te hebben vertraagd of tenminste te hebben voorkomen dat het geld arriveerde.
Dit gebeurde nadat de Hollandse schepen waren ingenomen door Grote Pier en de Gelderse Friezen, zoals eerder vermeld. Vervolgens werden twee andere hoofdofficieren voor de troepen aangesteld, Michael van Orlingen en Kost van Milden. De twee oorspronkelijke officieren werden gevangen gehouden in Bolsward totdat de troepen betaald werden.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).