In het jaar 1516
Eind oktober wordt bijna heel Gelders Friesland veroverd door het bourgondisch leger.
Op 26 oktober trok heer Floris met andere edelen en een groot aantal soldaten naar Langweer, terwijl hij tegelijkertijd Stavoren en Workum met zijn troepen bezet hield.
Toen de Bourgondiërs bij Langweer aankwamen, staken de Friezen die Edzard Douwema's huis bewaakten, het huis zelf in brand en vluchtten. De Bourgondiërs verbrandden vervolgens Langweer, Boornzwaag en enkele huizen in Oldeouwer.
De volgende dag trokken de Bourgondiërs verder naar Lemmer via het Tjeukemeer, onderweg brandden ze Oosterzee volledig af, inclusief de kerk in Oldeouwer.
Toen de Geldersen en Friezen die in Lemmer lagen de Bourgondiërs zagen aankomen, vluchtten ze elk een andere kant op. Met de aankomst van heer Floris, de Bourgondische stadhouder in Friesland, in Lemmer, had vrijwel heel het land zich aan hem onderworpen, met uitzondering van de Woudfriezen (uit Zevenwouden) en degenen die in Gaasterland en de plaatsen die verbrand waren.
Terwijl hij in Lemmer was, sloten ook de Woudlieden een overeenkomst met hem, waardoor heel Friesland, zij het meer uit dwang dan liefde, verzoend was. Alleen Sneek, Bolsward en Sloten waren nog niet onderworpen.
Heer Floris deed dit niet zozeer om Friesland te verenigen, maar om zichzelf een grote naam te maken in Holland, Zeeland, en Brabant. Dat hij het hele platteland van Friesland onderworpen had zou hem roem bezorgen. Dit was echter tot grote schade en nadeel voor Friesland en leidde tot langdurige oorlog. De Geldersen waren door de militaire acties van de Bourgondiërs niet verzwakt maar juist versterkt. Nu konden ze behalve van hun vijanden ook hun vrienden belastingen heffen voor het bekostigen van de oorlog in Friesland omdat die nu een overeenkomst met heer Floris hadden gesloten.
Toen heer Floris met al zijn macht in Lemmer was, vermoedden de Geldersen dat er niet veel Bourgondiërs in Stavoren achtergebleven waren. Daarom trokken de Gelderse bevelhebber Arckles met zijn soldaten en een groep Friezen vanuit Sneek naar Stavoren, in de hoop het in te kunnen nemen.
Toen de Geldersen bij Warns kwamen, veroorzaakten de inwoners van Warns opschudding, waardoor de mensen van Molkwerum naar buiten kwamen en zich verzetten tegen de Geldersen.
Toen de Bourgondiërs in Stavoren dit hoorden, kwamen ze de Friezen te hulp. De aanval resulteerde in meerdere doden waaronder een edelman uit Gelderland. Jan Brant, een hofmeester van de Gelderse troepen, werd gevangengenomen. De overigen Geldersen trokken zich terug naar Sneek en staken enkele huizen in Warns in brand.
Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.
Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.
Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).
Dorpen en steden in Friesland.
Leven in Sneek in de 16de eeuw.
De zaak van Yepke Vaer (1521).
Veroordeelde Geldersen 1516 -1524.
Misdaad en straf (1500 - 1550).
Terechtstellingen (1500 - 1550).