Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

In het jaar 1516
Begin oktober was er strijd in Gaasterland. Eerst landen de Bourgondiërs in Gaasterland en branden er dorpen plat. Dan wordt de havenstad Workum door Grote Pier heroverd, de Friezen in Sloten worden echter verdreven en Workum wordt weer door de Bourgondiërs heroverd. Volgens Worp van Thabor krijgt Floris in IJlst het bevel om de oorlog nog niet te winnen. Chaos zou goed zijn voor de acceptatie van een vreemde heerser door de Friezen.

De Bourgondiërs vallen Gaasterland aan

Nadat de Bourgondische troepen terugkeerden uit Oostergo, vertrok heer Floris zelf met andere edelen en soldaten vanuit de havenstad Harlingen per schip richting Gaasterland. Bij nadering tot de kust, waar ze konden aanmeren, gingen de edelen samen met de soldaten en bij hen aangesloten Friezen van boord en vormden een slagorde in het water. De Friezen op het land reageerden met krachtige aanvallen op de Bourgondische formaties en trokken dapper het water in om hen te confronteren.

Toen de Bourgondiërs hun geschut vanaf de schepen afvuurden en een slachtoffer maakten, sloegen de Friezen op land op de vlucht. De Bourgondiërs landden vervolgens en staken als teken van overwinning verschillende plaatsen zoals Mirns, Bakhuizen, Bakkeveen en Laaxum in brand op 21 september.

Onder de aanwezige edelen waren Graaf Felix, de heer van Wassenaer, en andere vooraanstaande figuren.

Na deze acties trokken deze edelen verder naar Stavoren, waar ze tien dagen verbleven en proclamaties uitvaardigden dat iedereen die binnen tien dagen een overeenkomst wilde sluiten, een jaar vrijgesteld zou worden van belasting.

Aanval op Gaasterland

Grote Pier neemt Workum in

Niet lang daarna namen de Geldersen Workum in, onder leiding van Grote Pier, die met zijn schepen regelmatig uitvoer om buit te maken op zee, waarbij hij veel Hollandse schepen nam en de bemanning doodde of verdronk.

Toen de Geldersen vervolgens de omliggende plaatsen als Hindeloopen en Molkwerum aanvielen en hen opriepen om naar Workum te komen, reageerde heer Floris door troepen uit Makkum, Franeker, en Harlingen te mobiliseren.

Op 11 oktober omsingelden heer Floris en Graaf Felix Workum, ondersteund door de heer van Cortgene vanuit Harlingen. De Friezen en Geldersen in Workum boden aanvankelijk weerstand maar vluchtten uiteindelijk, waarbij velen verdronken of gevangengenomen werden.

De slag om Sloten

Vanwege angst voor de Geldersen in Sloten, die niet reageerden op de Bourgondische uitnodiging tot onderhandeling, verlieten de Bourgondiërs Stavoren op de laatste dag van september en trokken richting Sloten.

De Geldersen kwamen hen tegemoet bij Wijckel, maar de Bourgondiërs en de Bourgondisch gezinde ballingen uit Gaasterland wisten de Gelderse Friezen zo terug te dringen dat de weg naar Sloten geblokkeerd was en ze Sloten niet meer konden bereiken.

De ballingen uit Gaasterland vroegen heer Floris om Sloten aan te vallen, aangezien de Geldersen grotendeels de stad hadden verlaten en niet terug konden keren als de Bourgondiërs ook Sloten zouden bezetten. Heer Floris antwoordde dat hij Sloten zou veroveren wanneer de tijd rijp was.

Vervolgens veranderde Floris zijn koers weg van Sloten en zette heel Gaasterland in brand, waarbij slechts enkele huizen met kramen en kerken gespaard bleven, en keerde daarna terug naar Stavoren en Workum.

De Geldersen in Workum worden weer aangevallen

De Geldersen riepen de inwoners van Hindeloopen, Molkwerum en andere nabijgelegen dorpen op om zich bij hen in Workum aan te sluiten en deel te nemen aan de plunderingen van de dorpen die zich aan de Bourgondiërs hadden aangesloten.

Heer Floris, die op dat moment in Stavoren was, hoorde hiervan en beval de troepen uit Makkum, Franeker, en Harlingen om in actie te komen. Op 11 oktober naderden heer Floris en Graaf Felix Workum van de ene kant, terwijl de heer van Cortgene met de genoemde troepen vanuit Harlingen van de andere kant kwam.

De Friezen en Geldersen in Workum probeerden eerst weerstand te bieden tegen de Bourgondiërs, maar toen ze zagen dat deze van beide kanten in grote aantallen kwamen, sloegen ze op de vlucht. Velen verdronken in hun haast om de schepen te bereiken, anderen werden gedood, en ongeveer honderd werden gevangengenomen, terwijl de rest ontsnapte over water en land.

Floris van Egmond ontvangt een brief

Op 16 oktober arriveerde heer Floris met andere edelen en drie duizend soldaten in IJlst, komende van Stavoren en Workum. Echter, diezelfde nacht ontving heer Floris een brief, en na deze gelezen te hebben, vertrok hij haastig om middernacht met al zijn troepen uit IJlst terug naar Stavoren en Workum.

Hieruit blijkt dat de edelen mogelijk geen definitief einde aan de oorlog wensten. Als de Bourgondiërs langer in IJlst waren gebleven en de toegangen hadden bewaakt, zodat Sneek niet bevoorraad kon worden, zou dit het einde hebben betekend voor de Geldersen in Friesland, aangezien alle macht toen bij Sneek lag.

Dit inzicht verkreeg heer Floris waarschijnlijk uit de brief die hij 's nachts ontving.

De kroniek van Worp van Thabor

Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.

Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.

Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).