Toen en Toen ..
Zoeken Het verhaal van Friesland

In het jaar 1514
Aan het eind van 1514 vallen de Geldersen elkaars bezittingen aan. Vanuit Holland komen schepen over de Zuiderzee om de Geldersen te verslaan maar ze worden door de bevolking verslagen.

De Geldersen en de Saksen bezetten huizen van elkaar.

Toen de Geldersen Sneek en Bolsward hadden ingenomen en alle omliggende landen inclusief de Zevenwouden hen trouw en gunstig waren stuurde de hertog van Gelre meer troepen naar Friesland.

In de eerste weken van december bezetten de Geldersen veel huizen van edelen.

Eerst trokken ze op 27 november met enkele Friezen 's nachts vanuit Sneek naar Irnsum, veroverden het stenen huis (= een soort kleine vesting) van Epo Douwesz en namen hem gevangen naar Sneek. In Sneek zwoer hij trouw zwoer aan de Geldersen en kreeg daarmee zijn vrijheid terug.

In die tijd trok Sybrant Roorda naar Leeuwarden en kreeg van de Saksen 27 soldaten mee waarmee hij Hero Hottinga's huis bezette als verzet tegen de Geldersen. Sybrant Roorda deed dat omdat hij getrouwd was met Haring, de dochter van Duorgoen Hero.

Vervolgens bezetten de Geldersen Douwe Peters huis in Wiuwert (= Wieuwerd) en ook het huis van Juw Decema in Baard.

De Geldersen verbrandden vanuit Bolsward het huis van Syuerd Aelua en Wybe Sybrantsz. in Schraard om te voorkomen dat de Zwarte Hoop deze zou bezetten, die op dat moment nog in Monnekebaium lagen.

De veroordeling van een muitende huurling van de Zwarte Hoop
(Leeuwarden, 1516)

Friesland stins

Een verdedigbaar huis wordt aangevallen

De aanval vanuit Holland op Gaasterland

Begin december kwamen uit Holland vier koggeschepen met troepen, vergezeld door drie roeischepen, naar Gaasterland met het plan Sloten te veroveren. Echter, de bevolking van Gaasterland luidde de noodklokken om zich te verzamelen.

De bevolking dreef de aanvallers terug naar zee. Hierbij werd een roeischip tot zinken werd gebracht waarbij één persoon verdronk terwijl zes anderen gevangen werden genomen. De andere schepen keerden terug naar Holland.

Op 11 december probeerden weer schepen uit Holland tussen Stavoren en Workum aan land te komen. De Friezen verdedigden zich en namen twee van hun schepen in, samen met veel geschut en bier.

Friesland oorlog middeleeuwen

Aanvallen op de Zwarte Hoop in december

Terwijl de Zwarte Hoop nog in Monnekebaium lag, vingen de Gelderse Friezen op 15 december Stoffel Bredenbach, de accijnsmeester van Sloten voor de Saksen, en Loedewijk Rentmeester van het Bildt en de Walden, een hofman onder de Zwarte Hoop. Zij werden naar Sneek gebracht en van daaruit naar Gelre gestuurd naar de hertog.

Op 14 december brandde Hessel Martena vanuit Franeker het dorp Lúnbert (= Luinjeberd) af. Alleen de kerk met het kerkplein en de oude abdij bleven staan.

Op 29 december trok de heer van Swartenburch met 1200 soldaten, samen met de huishoudens uit Wymbritseradeel en Wonseradeel en de Woudlieden, op tegen de Zwarte Hoop, die toen bij Gerkesklooster en in de omgeving lagen. De Zwarte Hoop trok zich terug voor hen en trok verder naar Coevorden en Bentheim.

Zo ging het jaar 1514 voorbij met zware belastingen, brand en plundering in Friesland, wat slechts het begin was van meer onrust, brand en bloedvergieten, zoals u zult horen.

De kroniek van Worp van Thabor

Deze tekst is gebaseerd op het vijfde boek van monnik, kroniekschrijver en tijdgenoot Worp van Thabor. Het boek beslaat de geschiedenis van Friesland van 1499 tot 1523.

Dit is de periode onder het bewind van de Saksische Hertogen en daarna het conflict tussen een groot deel van Friesland, Gelre en de keizer Karel V van Spanje.

Het boek van Worp van Thabor (in modern Nederlands).