Oktober, november en december 1795: Het Franse leger heeft Leeuwarden bezet. Hieronder een verslag uit het dagboek van burgemeester Storm.
5 oktober
Er werd omgeroepen dat iedereen zijn stoelen weer in de Grote Kerk moest brengen vóór de volgende ochtend (6 oktober). Dit is ook gebeurd.
9 oktober
Een kleermaker genaamd Feugen werd naar het Blokhuis gebracht, omdat hij een brief had ondertekend om de representanten met gewapende macht te dwingen in te stemmen met de Nationale Conventie.
11 oktober
De eerste preek in de Grote Kerk sinds lange tijd werd gehouden door dominee Van Weemen in de ochtend.
Zijn tekst was uit Romeinen 12 vers 18.
17 november
’s Middags om één uur stonden alle groepen van de burgerij onder de wapenen en opgesteld op de Lange Pijp.
Om half twee kwamen vier afgevaardigden van de representanten om de burgers een eed te laten afleggen: als de stad van buitenaf zou worden aangevallen, moesten zij verplicht met het leger uittrekken.
Dit werd door bijna iedereen geweigerd, behalve door drie officieren: Pieter Cats, hoedenmaker Abraham van den Berg en koekbakker Deekens.
Dit werd door de anderen zo slecht ontvangen dat deze drie direct werden ontslagen.
De situatie duurde tot ongeveer vijf uur ’s avonds. Daarna marcheerden de burgers met trommels en vaandels door de stad (via de Weerd, het Hof en de Sint Jacobsstraat) en keerden terug naar de Lange Pijp, waar zij uiteen gingen.
De representanten gingen zonder resultaat terug naar hun vergadering.
18 november
De zoon van commies C. Rosema, die enige tijd gevangen had gezeten in het Blokhuis omdat hij als postiljon had rondgereisd om gewapende burgers op te roepen om Feugen te bevrijden, kreeg zijn straf opgelegd:
vijf jaar tuchthuis en daarna nog vijf jaar verbanning uit het land, in totaal tien jaar.
30 december
Een lid van de municipaliteit had zich schuldig gemaakt aan diefstal toen hij als commissaris toezicht hield bij de inning van belasting (de vijfentwintigste penning).
Hij nam geld uit de bakken, wat werd gezien door een zwangere vrouw, die dit meldde.
Toen hij hoorde dat dit gevolgen voor hem zou hebben, vluchtte hij op zaterdag 2 januari 1796.
Er werd een onderzoek ingesteld en bevel gegeven om hem direct te arresteren als men hem zou vinden.
Het ging om Petrus van Gurkum, de zoon van de toenmalige beul.
Deze informatie komt o.a. uit het dagboek van Roelof Storm, burgemeester van Leeuwarden tot 1795. Hij werd door de Fransen als burgemeester na de bezetting afgezet.
Het einde van de Franse tijd 1813
De Friese steden
Kinderen in de Friese steden rond 1800
Kinderen op het Friese platteland
De dagindeling op het platteland
Kleding in Friesland rond 1800