Maart 1795: De Fransen hebben Leeuwarden bezet en Franse soldaten stromen de stad binnen. Hieronder een verslag uit het dagboek van burgemeester Storm.
8 juli
De procureur-generaal mr. Thomas Wielandt is door de representanten afgezet.
16 juli
Zeven raadsheren zijn afgezet:
Op dezelfde dag zijn ook de volgende personen afgezet:
19 juli
In de kerken werd een besluit voorgelezen dat de stemming voor een nieuwe kerkenraad zou plaatsvinden op dinsdag om 10 uur ’s ochtends in de Westerkerk.
De afgezetten van het stadsbestuur en de vroedschap werden niet langer toegelaten in kerkelijke functies, omdat zij als aanstootgevend werden gezien voor de weldenkende burgers.
21 juli
Er werden zeven nieuwe ouderlingen en drie diakenen gekozen:
Diakenen:
24 juli
Er werd een bekendmaking gedaan dat iedereen, ongeacht geloof, die minder dan vier gulden per week verdiende, een bon kon krijgen bij de armenzorg om brood te halen bij de bakkers.
Een pond brood kostte dan één stuiver (een half brood vijf stuivers en acht penningen), terwijl de normale prijs inmiddels tien stuivers en twee penningen was.
Door gebrek aan rogge moest het brood bestaan uit drie delen grof wit meel en één deel rogge.
Koekbakkers kregen voorlopig een verbod van zes weken om producten te bakken waarvoor rogge nodig was.
Tussen 25 en 26 juli, ’s nachts, hebben kwaadwillenden bij verschillende huizen de ruiten ingegooid, onder andere bij de heer Eco de Wendt, bij kolonel D.R. Smeding, bij de ontvanger Suriger en bij de voormalige procureur Wielandt.
30 juli
Wij kregen opnieuw een officier bij ons ingekwartierd.
De prijs van een heel brood (gemaakt van drie kwart tarwe en een kwart rogge) werd vastgesteld op 24 stuivers en 4 penningen.
17 augustus
Het hele garnizoen, zowel Fransen als burgers en alle overige militairen, stond onder de wapenen.
’s Middags om vier uur trokken zij met drie veldkanonnen naar het exercitieterrein.
Daar werden alle voorwerpen die met de prins te maken hadden verzameld: wapens, portretten, schilderijen, vaandels en andere symbolen van het oude bewind.
Alles werd op een grote hoop gelegd en in brand gestoken, onder kanonschoten, muziek, zang, dans en luid gejuich.
De brand werd aangestoken door dokter Harmanus Gonggrijp en de stoker Meetsma.
Enkele personen hadden eerder al met geweld voorwerpen met prinselijke symbolen uit de stadsdoelen verwijderd en op een wagen geladen.
Zij probeerden ook schilderijen uit het Landschapshuis te halen, maar dat werd geweigerd door de landsbouwmeester. Eén schilderij wisten zij toch te bemachtigen en werd eveneens verbrand.
Daarnaast werden de resten van overleden prinsen en prinsessen, die in de Grote Kerk waren bijgezet, opgegraven.
De kisten werden vernield en de botten werden in een onderliggende put gegooid.
Ook grafmonumenten en beelden werden beschadigd of vernield.
Kapitein Van der Bij en een zekere Feit hebben zich hierbij bijzonder ruw gedragen.
Verder werden alle wapens en inscripties bij de stadspoorten verwijderd en vernietigd.
Dominee C. Jongsma, die een deel van een huis had gekocht waarin de grootmoeder van de prins had gewoond en overleden was, werd door de municipaliteit verplicht om de versieringen met prinselijke wapens van de gevel te verwijderen.
Hij deed dit met tegenzin, maar durfde niet te weigeren.
In augustus werd opdracht gegeven om de Grote Kerk weer in orde te maken, voor een bedrag van 3.500 Carolusguldens.
Deze informatie komt o.a. uit het dagboek van Roelof Storm, burgemeester van Leeuwarden tot 1795. Hij werd door de Fransen als burgemeester na de bezetting afgezet.
Het einde van de Franse tijd 1813
De Friese steden
Kinderen in de Friese steden rond 1800
Kinderen op het Friese platteland
De dagindeling op het platteland
Kleding in Friesland rond 1800